is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der inwendige ziekten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij dyspepsie gaat men eveneens het best over tot borstvoeding.

Anders begint men met een kortdurende voedselonthouding en geeft de eerste 6—12 uur (afhankelijk van den ernst der stoornis) alleen water of thee (zonder melk). Daarna gaat men over tot afgeroomde melk, karnemelk of eiwitmelk; men begint met ongeveer 1/3 van de normale hoeveelheid en stijgt dan dagelijks met 50—100 cM3.

Met de eiwitmelk stijgt men ten slotte tot 200 gr. per K.G. lichaamsgewicht.

De diarrhee kan men bestrijden met een looizuurpreparaat (Tannigeen, 4 — 5 X d. 150 mG.; oudere zuigelingen eikelcacao).

Stoornissen bij uitsluitende of overwegende voeding met meel.

Deze stoornissen zijn betrekkelijk zeldzaam en alleen menigvuldiger in streken, waar voeding met meel een volksgewoonte is.

Ernstige vormen van ondervoeding met meel komen vooral voor, wanneer het kind heel jong is of naast de pap geen boter, zout, melk of een ander eiwit gegeven werd en het meel zelf heel weinig eiwit bevat (maizena, arrowroot). Bij voeding met linzenmeel, dat veel eiwit en met Nestlé, dat melkpoeder bevat, komt ondervoeding nauwelijks voor.

Bij heel jonge kinderen kan voeding met een meelafkooksel zonder melk (pap met water en suiker) al na een week doodelijk zijn; de onmiddellijke doodsoorzaak is, dat de tolerantie zóo daalt, dat de patiëntjes zelfs met moedermelk niet meer te voeden zijn.

De ontlasting is bij ondervoeding met meel aanvankelijk mooi van kleur (bruin) en consistentie; weldra verschijnen echter waterdunne, slijmerige, zure, bruine ontlastingen, wat meestal met sterke gewichtsdaling gepaard gaat.

Overvoeding met meel veroorzaakt vooral stoornissen bij jonge zuigelingen (onder 4 — 6 maanden).

De behandeling bestaat in staking (boven de 4e maand in beperking) der meelvoeding; men geeft melk in de verdunning en tot een hoeveelheid, die voor gezonde kinderen geschikt