is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der physica en meteorologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wand naar buiten steekt, terwijl de kracht aan het vrije einde

is aangebragt. De m dit geval tot het breken noodzakelijke kracht is bijgevolg

' 4 khh*

4 ~TT~

Door lengte van den balk verstaat men natuurlijk in het eene geval het uit den wand naar buiten stekende gedeelte, in het andere geval dat gedeelte, hetwelk tusschen de beide steunpunten gelegen is.

Tot nu toe hebben wij bij onze beschouwingen en berekeningen in het geheel niet in aanmerking genomen, dat de balken zich vóór het dadelijke breken nog eerst buigen. Door dat buigen wordt echter de betrekkelijke vastheid aanmerkelijk gewijzigd, zoodat de, naar bovenstaande formulen uit de bekende volstrekte vastheid berekende, waarden der betrekkelijke vastheid, aanmerkelijk van de wezenlijkheid kunnen verschillen. Wanneer echter deze formulen ook niet kunnen dienen, om de grootte der betrekkelijke vastheid onmiddellijk te berekenen, zijn zij toch voldoende, ten einde de betrekkelijke vastheid van balken en staven, te vergelijken, welke uit hetzelfde materiaal vervaardigd zijn, doch in afmeting verschillen; want hoe ook de buigzaamheid de grootte der volstrekte vastheid wijzigen mogen, staat zij toch steeds in regte rede tot de breedte en het vierkant der hoogte, omgekeerd evenredig tot de lengte. In de formule

wordt derhalve door de buigzaamheid niets veranderd dan de waarde van den constanten factor k, in wiens plaats men niet de aan bovenstaande tabel ontleende waarde der volstrekte vastheid moet stellen, maar eenen anderen, zoo als die door de ondervinding is bepaald geworden. Uit proeven blijkt, dat de kracht, gevorderd tot het breken van eenen balk, bijna viermaal kleiner is dan de naar bovenstaande formule berekende kracht, waarbij voor k de waarde der absolute vastheid genomen was.

Welk eenen beduidenden invloed de buigzaamheid op de betrekkelijke vastheid uitoefent, blijkt daaruit, dat, wanneer een balk aan de beide ondersteunde einden vrij ligt, men om denzelven te breken, in het midden slechts half zooveel gewigt behoeft te hangen, als wanneer hij aan de beide einden zoodanig bevestigd is, dat hij volstrekt niet kan medegeven.

Bij hout oefent natuurlijk ook de rigting der vezelen eenen belangrijken invloed uit op de vastheid.

De wederstand, dien een ligchaam aan drukking biedt, noemt