is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der physica en meteorologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

openbaart zich echter bij dezen overgang in den vasten toestand een streven, om eene regelmatige rangschikking der deelen te bewerken. In de inorganisclie natuur wordt hierdoor de kristalschieting bewerkt.

Kristallen noemt men zoodanige vaste ligchamen, die zich in regelmatige, door gladde vlakken begrensde, gedaanten gevormd hebben. In de natuur treft men eene menigte zoodanige kristallen aan; de kwartz (bergkristal) b. v., kalkspaath, zwaarspaath, topaas, graniet, enz. vindt men dikwijls zeer schoon gekristalliseerd.

Wanneer ligchamen uit den vloeibaren toestand in den vasten overgaan, worden er bijna immer kristallen gevormd. De overgang uit den vloeibaren in den vasten toestand wordt of door verkoeling van een gesmolten ligchaam, of door uitscheiding uit eene oplossing bewerkt.

Wanneer men gesmolten bismuth in eene eenigzins verwarmde schaal giet, vormt er zich na eenigen tijd op de oppervlakte eene vaste korst. Wordt deze korst nu doorgestoken, en het nog vloeibare metaal uit de schaal gegoten, dan vindt men binnen in de holte, die door de eerstgevormde korst omsloten is, teerlingvormige kristallen ter grootte van eenige lijnen.

Op gelijke wijze kan men ook kristallen verkrijgen uit gesmolten zwavel.

Indien men bevriezend water oplettend gadeslaat, kan men zien, hoe er zich fijne naalden van ijs vormen, en hoe zij van oogenblik tot oogenblik zich uitbreiden en vertakken. Wel ziet men hierbij niet zulke regelmatige kristalvormen als men bij de sneeuw aantreft, maar men ziet toch duidelijk, dat de vorming van ijs eene kristalschieting is.

Vele ligchamen worden in vloeistoffen, voornamelijk in water opgelost, en wel kan er in eene bepaalde hoeveelheid waters slechts eene bepaalde hoeveelheid van eenige stof worden opgelost; evenwel lost warm water meestal eene grootere hoeveel op dan koud water. Indien nu eene oplossing bij eene hoogere temperatuur verzadigd is, b. v. wanneer men in eene bepaalde hoeveelheid warm water zooveel aluin heeft opgelost als mogelijk is, dan kan deze zoutmassa niet meer geheel opgelost blijven wanneer de oplossing verkoelt; een gedeelte van het zout zal zich weder afscheiden, en wel schiet het daarbij aan in regelmatige kristallen. >— Ook vormen er zich kristallen, wanneer het water van eene verzadigde oplossing langzamerverdampt.

De kristallen worden niet enkel uit waterige oplossingen uitgescheiden; want de zwavel b. v. is oplosbaar in zwavelkoolstof, chloorzwavel en in terpentijn-olie, en uit alle deze oplossingen kan men sclioone doorschijnende kristallen van zwavel verkrijgen.

De kristallen worden des te grooter en regelmatiger, hoe langzamer de verkoeling of verdamping voortgaat. Bij eene

4