is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der physica en meteorologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in een of ander vat aanwezig, eene horizontale vlakte zou zijn. Dit is echter slechts voor zoo verre waar, als de moleculaire werkingen aan de wanden van het vat hierop geenen storenden invloed uitoefenen. In de nabijheid der wanden grijpen ten allen tijde afwijkingen van de normale oppervlakte plaats.

Wanneer men het eene einde van een glazen buisje in eene vloeistof dompelt, dan staat het niveau derzelve in het buisje nooit op dezelfde hoogte als het niveau van het vocht daar buiten. Indien het buisje b. v. in het water gedompeld wordt, rijst het vocht in hetzelve (Fig. 85) hooger; maar zoo het in kwikzilver gedompeld wordt, dan is de hoogte Fig. 85. Fig-. 86-. van de kolom in het buisje minder dan die

van net kwikzilver buiten het buisje (xig, 86). Deze verschijnselen van rijzen en dalen worden met den naam van haarhuis(capillariteits-)verschijnselen bestempeld , en de kracht waardoor zij worden voortgebragt, noemt men haarhuis-aantrekking, cavillariteit. Deze kracht werkt niet enkel

om het vocht in het buisje te doen rijzen of dalen, zij oefent overal hare werking uit, waar slechts vloeistoffen met vaste ligcliamen, vloeistoffen met elkander of vaste ligcliamen wederkeerig in aanraking zijn, of in het algemeen daar, waar de kleinste deeltjes der weegbare stof elkander aanraken.

Door proefneming kan men zich gemakkelijk overtuigen, dat het verschil in hoogte van het vocht in het buisje en het niveau van de vloeistof buiten hetzelve des te grooter is, hoe naauwer de buisjes zijn. Wanneer men twee buisjes, van welke het eene tweemaal grooteren diameter bezit dan het andere, in water dompelt, dan zal het water in het naauwere buisje tweemaal hooger rijzen, maar wanneer men ze in kwikzilver dompelt, zal dit in het naauwere buisje eens zoo laag dalen. In het algemeen verhoudt zich het verschil der hoogte van het niveau der vloeistof in en buiten het buisje, omgekeerd evenredig aan den diameter der buizen. De hoogte waartoe het vocht wordt opgetrokken, is diensvolgens afhankelijk van den diameter van de wanden der buizen, waarbij de dikte en de zelfstandigheid van de wanden der buis geenen invloed uitoefenen, wanneer zij slechts door de vloeistof bevochtigd worden; maar daarentegen is die hoogte wezenlijk afhankelijk van den aard der vloeistof. Het onderstaande is de stand van drie verschillende vochten in eene buis van 1 streep diameter:

Water 29,79 Streep.

Alcohol (spec. gewigt 0,8135) . 9,15 „

Terpentijn-olie 12,72 „

Nog moet men opmerken, dat wanneer een vocht in eene naauwe buis opklimt, de top van de vochtkolom altijd hol is, zoo als in Fig. 87, en een halfrond van de grootte des doormeters