is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der physica en meteorologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu blijft ons nog het geval te beschouwen, in hetwelk de invallende stralen convergerend zijn. Indien de invallende stralen convergeren naar het, aan de andere zijde van het glas geleo-ene hoofdverstrooijingspunt F, dan zullen de gebroken strafei) noodwendig paralel naar buiten treden, hetgeen het omgekeerde is van het in Fig. 278 voorgestelde geval. Zoo de ïnval-

Fig. 280.

Ei5. 279.

lende stralen sterlcér convergeren, dan zullen zij ook nog convergeren na de breking; doch wanneer de invallende stralen convergeren naar een punt t, Fig. 279, hetwelk verder van het glas is verwijderd dan het hoofdverstrooijingspunt, dan divergeren zij nog zoodanig, alsof zij kwamen van uit een punt voor let o-las , zoo als men dit in de Fig. ziet. De beschouwing van dit geval is van belang ter verklaring van den verrekijker van

GALILEI, waarover wij weldra zullen handelen. _

Secundaire assen. Tot hiertoe hebben wij enkel zoodanige lich- 124 tende punten beschouwd, die op de as der lins zelve liggen, doch ons blijft nu nog aan te toonen, dat al het gezegde mede gel die is voor die punten, welke niet op de hoofdas liggen, althans zoo de nevenassen (secundaire assen) met de hoofdas slechts eenen kleinen hoek maken. Door nevenassen verstaat men de lijn, die men zich van een niet op de hoofdas gelegen punt, door het midden van de lins getrokken denkt.

In Fig. 280 zij II een niet op de hoofdas gelegen lichtend

punt, dan zullen al de van hetzelve uitgaande lichtstralen vereenio-d worden in een punt 11', hetwelk op de nevenas M J\ even zoo ver van de lins verwijderd is, als het verenigingspunt T van de stralen, die uitgaan van een punt T, hetwelk, op de hoofdas gelegen, even ver van de lins at staat als II.

Men kan dit gemakkelijk bewijzen. De middelste straal H M gaat zonder gebroken te worden door de lins heen; vooits is