is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der physica en meteorologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

digheid is des te grooter, hoe grooter het verschil is tussclien de° brekings-exponenten der roode en violette stralen.

Voor water is de brekings-exponent der roode stralen 1,330, die van de violette stralen 1,344, en het verschil van deze beide breking-exponenten is derhalve 0,014.

Voor flintglas is de brekings-exponent der roode en violette stralen 1,628 en 1,671 het verschil is dus 0,043, en is bijgevolg driemaal grooter dan van het water.

Zoo men derhalve een prisma van water vervaardigt, hetwelk, behoorlijk gesteld, de roode stralen even zoo sterk doet afwijken als een prisma van flintglas, dan zal toch de breedte van het kleurenbeeld van flintglas driemaal grooter zijn dan het spectrum van het water-prisma; want immers het verstrooijings-vermogen van het flintglas is driemaal grooter dan dat van het water.

Voor crownglas is het verschil tusschen de brekings-exponenten der roode en violette stralen slechts ten naastenbij halt zoo groot als voor flintglas, en het verstrooijings-vermogen van het flintglas is daarom de helft grooter dan dat van het crownglas, ofschoon de brekings-exponenten van beide glas-soorten elkander zeer nabij komen. . 10a

Men noemt de prismen achromatisch, wanneer zij de eigen- lo2 schap bezitten, om de lichtstralen af te buigen, zonder ze te gelijk in hare kleuren te ontbinden; achromatische linzen zoodanige , voor welke de brandpunten der verschillend gekleurde stralen naauwkeurig zamenvallen, door welke men dus de voorwerpen vrij van gekleurde stralen ziet. Langen tijd hield men het achromatisme voor onmogelijk, d. i. men meende, dat het licht niet kon afgebogen worden, zonder ontbonden te worden. Zelta newton was van deze meening, daar hij geloofde, dat de dispersie altijd evenredig is aan het lichtbrekende vermogen der ligchamen. 13e mogelijkheid of onmogelijkheid van het achromatisme was langen tijd het twistpunt van de uitstekendste geleerden, zoo als euler, claikaut en d'alembert. In der daad had reeds hell in het jaar 1733 wezenlijk achromatische verrekijkers vervaardigd, maar hij deelde zijne uitvinding niet mede; dollond vond ze eveneens uit in 1757, en maakte dezelve bekend. 13e ontdekking van dollond was ongetwijfeld voor de sterrekunde eene zaak van het hoogste belang, doch om dezelve hare volkomene waarde te doen erlangen, moest eerst nog de mathematische theorie van het achromatisme ontwikkeld worden, zonder welke de noodige verbeteringen in de praktijk niet mogelijk waren. Tegenwoordig nog, nadat er reeds zoo vele vorderingen in de optica en in de vervaardiging der glazen zijn gemaakt, bij al de hulpmiddelen welke den natuurkundigen voor zijne berekeningen ten dienste staan, behoort het achromatisme toch nog, zoowel in theorie als in praxi tot een der moeijelijkste punten. Wij kunnen hier natuurlijk slechts de beginselen ontwikkelen, op welke de constructie van achromatische prismen en linzen berust.