is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der physica en meteorologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het beeld b' links van a' gelegen is. Wanneer men het voorwerp A met beide oogen zoodanig heeft gefixeerd, dat men het slechts enkel, en B daarentegen dubbel ziet, dan kan men het linker of regter beeld van B doen verdwijnen, naarmate men de van B op het linker of regter oog vallende stralen opvangt. Heeft men integendeel het meer verwijderde voorwerp B gefixeerd, zoodat A dubbel gezien wordt, zoo als in Fig. 298, dan verdwijnt het ter regter zijde waargenomen beeld van A, zoodra men het linker oog bedekt.

Ten einde een voorwerp met beide oogen enkel te zien, is het niet noodig, dat de beide oogassen juist op hetzelve gerigt zijn, dat zijn beeld in ieder oog op het midden van het netvlies valt, want anders zoude men slechts een enkel voorwerp enkel zien, terwijl al het overige zich dubbel zoude voordoen. Eene geheele reeks van voorwerpen kan te gelijker tijd met beide oogen enkel gezien worden, wanneer zij slechts hunne beelden in beide oogen op overeenstemmende plaatsen van het netvlies werpen. In Fig. 299 stellen L en B weder de oogen voor, en A,

en c ane verscnnienae voorwerpen vóór dezelve. De beelden der drie voorwerpen volgen op elkander in beide oogen in dezelfde orde; want op het netvlies van beide oogen is het beeld van B in het midden gelegen, het beeld van C aan de linker, en dat van A aan de regter zijde Omdat de netvlies-beelden c en c' ter linker zijde van b en b' liggen, zien beide oogen het voorwerp C ter regter zijde van B; eveneens zien beide oogen het voorwerp A ter linker zijde van B, omdat de net¬

vlies-beelden a en a' ter regter zijde van b en b' liggen.

Indien men een voorwerp met beide oogen enkel ziet, en derhalve het beeld van dit voorwerp op overeenstemmende plaatsen van beide netvliezen valt, dan ziet men het duidelijker dan met één oog. Hiervan kan men zich gemakkelijk overtuigen, wanneer men op eenen strook van wit papier ziet, en voor het eene oog een donker scherm zoodanig houdt, dat voor dit oog eene helft van den strook bedekt wordt: het gedeelte van het papier, hetwelk door beide oogen te gelijk gezien wordt, doet zich duidelijker voor dan de andere helft, welke men slechts met een oog ziet.

De reden, waarom wij met beide oogen enkel kunnen zien, is in allen gevalle inwendig, dus in het verloop der zenuwvezelen, te zoeken, en niet een gevolg van de gewoonte. „Beide oogen zijn als het ware twee takken met eenen enkelen wortel, en ieder deeltje van den enkelen wortel is als het ware in twee takken voor beide oogen gesplitst," zegt mueller, in wiens geschriften