Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«aling gelijkmatig en onveranderd. Slechts somwijlen, wanneer namelijk de stoffen op het punt stonden van ontlast te zullén worden, werden de zieken onrustig en steunden ; overigens lagen zij lijdelijk, met open en ingevallen oogen , slapeloos neder en gaven slechts somwijlen hunne smart door schreijen , met, wel is waar, zwakke, maar geen heesche stem te kennen, toonden echter nooit stoornis van het bewustzijn. Aan de mondhoeken en oogleden konde men somwijlen ligte trekkingen waarnemen; overigens waren er tot den dood toe, welke door eenige algemeene trekkingen voorafgegaan werd , geene krampachtige verschijnselen waar te nemen. Bij deze toevallen nam de lijdelijkheid (passiviteit) van de zieken zienderoogen toe, pols en ademhaling werden steeds zwakker en langzamer; de eerste maakte kort voor den dood meermalen tusschenpoozingen , en onder de teekenen van de hoogste krachtsuitputting volgde de dood onvermijdelijk 24 — 30 uren na het uitbreken der ziekte. Laauw-warme waterbaden , met aromatieke , krampstillende en geestrijke bijvoegsels, dergelijke stovingen op den buik, aromatieke wijngeestige wasschingen en inwrijvingen op dezen en op de ruggegraat , en inwendige aromatieke en zenuw-opwekkende middelen waren noch in staat de woede der ziekte te matigen, noch de slapeloosheid der kinderen te overwinnen. De aanwending van de inwendige middelen was bovendien wegens het gestoorde slikken zeer moeijelijk.

De lijken waren in weerwil van den korten duur der ziekte zeer vermagerd. De oogen lagen diep in hunne kassen , omgeven door een breeden, vuil-blaauwen rand, ingevallen en zonder glans. De kleur der lijken was bleek en toonde evenmin iets ongewoons als de buigzaamheid der ledematen. Lijkopening had geen plaats.

T an de Aziatische cholera onderscheidt zich de boven beschrevene ziekte door het ontbreken der steenachtige koude, der blaauwe kleur en der deegachtige hoedanigheid van de huid , des kouden zweets, der krampen van de onderste ledematen, der heesche stem, der borstbeklemming, der pisopstopping, enz. Meerdere overeenkomst heeft dezelve met de tandcholera, maar ook van deze onderscheidt zij zich door den gelijkvormigen toestand der ontlaste stoffen, wier overeenkomst met de genotene melk, door het volkomen ontbreken van gal in deze ontlastingen, door de ongestoorde afscheiding en lozing van de pis, door het ontbreken van de, in het oog loopende koude der huid, van het koude zweet, enz. De aar der ziekte, welke ollenkoth voor eene geheel eigenaardige houdt, moet, volgens genoemden arts, in eene volledig dynamische uitdooving der levenskracht van het darmkanaal, bij eene geheel ongekrenkte materiële ongeschondenheid van hetzelve gezocht worden.

Sluiten