Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gastromalacia

Volgens cruveilhier y louis, andral., krfiijsig , winter nagel en anderen.

Ofschoon liet geenszins aan waarnemingen, door de oudere artsen gedaan, ontbreekt, welke eene geleiaardige verweeking der maagvliezen aantoonen, en voor zoo verre men uit deze, ten deele gebrekkige mededeelingen tot de oorzaak der, in de lijken gevondene doorboring van de maagvliezen mag besluiten, zoo hebben echter buiten tvrijfel jaeger, chaussier en cruveilhier de verdiensten van het eerst, door liuni scherpzinnig onderzoek, ten opzigte van deze ziekte juistere denkbeelden geleverd te hebben. In lateren tijd hebben voornamelijk louis, andral , winter , beckek y most , nagel en anderen dit onderwerp trachten op te helderen.

Daar het verloop en de duur van de maagverweeking zeer verschillende zijn , en de ziekte met regt een Proleus mag genoemd worden, zoo is het naauwelijks mogelijk eene voldoende , op alle gevallen passende beschrijving van dezelve te geven. Nagel (JVeue Bresl. Samml. aus dem Gebiele d. Jleilk. lid. I. Breslau J829) neemt, even als Ramisch (de gastromalacia infantum. Prag J824) en winter (Busf s Magaz. Bd. XXXI11. lift. 2. S. 239) twee vormen van maagverweeking , een' (teuten en cArortisc/ieti aan ; de laatste bestaat, volgens winter , in een stadium congestivum, injlammatorium en destruclivum. Most , (Beitrage Mecklenb. Aertze Bd. I. Hft. 2. S. 30) onderscheidt eene gastromalacia primaria s. acuta, welke sterke kinderen in weinige uren zoude dooden , eene gastromalacia chronica s. secundaria en eene gastromalacia sjiuria. Bij deze laatste ontbreken alle kenmerkende verschijnselen , maar de kinderen vermageren gedurende het tandenkrijgen zeer snel, braken zeer veel en hebben groene stoelontlastingen.

Bij den acuten vorm ontstaat eene aanhoudende koorts met snelle, kleine , meestal weeke pols , welke dag en nacht met gelijke hevigheid en heete drooge huid aanhoudt. Dezen toestand gaan ligte buikpijnen vooraf, oprispingen en rommelingen in den buik, moeijelijke afgang van winden en ontlasting, welke meermalen met een' groenen , waterachtigen en slijmigen doorloop afwisselt. Het kind weigert voedsel te nemen, heeft grooten dorst, Iaat de borst spoedig los, vat dezelve gretig wederom aan , en heeft het voorkomen alsof het bij het zuigen pijn in den mond heeft. Het kind wordt weldra zeer onrustig, hetwelk het door een ééntoonig dag en nacht aanhoudend kermen en schreijen, en door het verlangen om aanhoudend gedragen te worden , te kennen geeft y

Sluiten