Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s. Ilij houdt echter de bewijzen, welke de verdedigers der ontstekingsleer bijbrengen, voor niet toereikende, om iederen twijfel aangaande de steeds aanwezige ontstekingachtige natuur van deze gedaante-verandering te verwijderen, daar er vele gevallen van maagverweeking voorkomen, in welke men naauwlijks eenig spoor van eenige ontstekingachtige aandoening, noch gedurende het leven in de ziekteverschijnselen , noch na den dood bij de lijkopeningen , aantreft ; daar wijders de verwijderde oorzakelijke invloeden niet altijd van eene prikkelende natuur zijn , en zelfs de ontstekingwerende geneeswijze niet altijd verzachtend en heilzaam geweést is. »Iloe men ," zegt hij , »in den laatsten tijd zich zoo dikwijls van den naam ontsteking verkeerdelijk tol aanduiding van menig ziekte-proces bediend heeft, welke denzelven niet verdiende, daar zij slechts in eene verkeerde vormingskracht bestaat, welke geenzins met de ontsteking overeenkomt, zoo heeft men zich ook bij de verklaring van de maagverweeking ten onregte van deze uitdrukking in eenen wijderen zin bediend. Wanneer het voorzeker ook zeer verkeerd was , slechts daar ontsteking te willen aannemen , waar men de gewone teekenen van dezelve of het gevolg van dezelve, verzwering en koudvuur, waarneemt, zoo is het evenwel van den anderen kant even zoo onjuist, overal terstond van ontsteking te spreken , waar misschien slechts van eene verhoogde werkdadigheid van het vormend leven, of van verkeerde vorming sprake zijn kan. Zoo als men derhalve in lateien tijd dikwijls reeds iedere bloedophooping, iedere volbloedigheid, iedere vorming of hervorming van het weefsel als eenen ontstekingachtigen toestand heeft beschouwd , zoo is zulks ook met die werking het geval geweest, door welke de gaslromalacia ontstaat. Alle omstandigheden bewijzen , dat dezelve voorzeker veeltijds door ontsteking ontstaat of ten minste met deze vereenigd kan zijn; maar dit bewijst niet, dat iedere maagverweeking het gevolg daarvan zijn moet ; veeleer heeft men het regt om te beweren , dat dezelve in het algemeen slechts door eene verkeerde vormingskracht ontstaat , dat zij zelve eene ziekelijke vorming is, in welke, wel is waar, eene verhoogde werkdadigheid en eene ontstekingachtige neiging de overhand heeft, zich zelve dikwijls tot eene ontwikkelde ontsteking, als het hoogste punt van organische vormingskracht, opvoerende, echter ook reeds op eenen lageren trap van eene verhooging dezer werkdadigheid tot stand komt.

»IIet wezen van het plantaardig leven bestaat in eene aanhoudende vormsverandering of in een aanhoudend verwisselen der, de weefsels zamenstellende bestanddeelen, en waar eene ziekelijke vormsverandering plaats heeft, moet eene verkeerde verwisseling dezer deelen plaats hebben. Bij dit proces zijn deels het bloed en de vaten, deels de zenuwen , deels en voornamelijk ook het celweefsel, als de grondvorm van alle organische vorming, werkzaam, en er ontstaat eene verkeerde voeding en vorming, zoodra ergens van de eene zijde het evenwigt van genoemden hefboom van het plantaardig leven verbroken wordt. De verweeking is eene der gewig-

Sluiten