Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pijnlijk bij drukking, zoodia zij eene zekere uitgebreidheid verkregen hebben ; de scybala daarentegen veroorzaken nooit pijn ; ook kan hunne verschillende ligging ter onderscheiding dienen. De tubeikelen nemen gewoonlijk de ileo-coecaal- en navelstreek in ; de scybala daarentegen in den regel de linker darmbeensgroef, of ook de onderbuiksstreek. Bij zeer jonge kinderen , kan men wel is waar , wegens de uitzetting van den boog van het nederdalende colon naar de regter zijde, ook in de navelstreek scybala vinden ; de , in het laatste tijdperk van de darmschijl-tuberkelen , bijna altijd aanwezige doorloop , zal evenwel hier iedere verwisseling onmogelijk maken.

De algemeene verschijnselen , welke voor den laatsten graad der darmschijl-tuberkelen gewoonlijk aangenomen worden, zijn die van de febris hectica , met vermagering, gezwollene voeten en uitstorting in de verschillende holten van het ligchaam vereenigd. Volgens guersent zijn echter al deze verschijnselen niet de darmschijl-klieren, maar de gewoonlijk aanwezige zamenstellingen met chronische buikvliesontsteking, met darmzweren en voornamelijk met knobbellongtering eigen. Deze laatste ziekte, namelijk, is het, welke zoo veelvuldig met darmscliijl-tuberkelen vereenigd voorkomt , dat het lijden van de darmschijl slechts eene bijzaak schijnt te zijn. Guersent zag slechts een geval, in hetwelk een kind aan eenvoudige darmschijl-klieren leed, anders ware,n allen , welke hij aan deze ziekte zag sterven , gelijktijdig aan andere aandoeningen lijdende , welke op zich zeiven reeds doodelijk waren. Bij § vond hij longpijps- en longentubelen ; de anderen leden aan verschillende acute ziekten of aan eene chronische buikvliesontsteking of darmzweren. Door zijne talrijke waarnemingen gelooft guersent geregtigd te zijn om te beweren , dat alle verschijnselen , welke men gewoonlijk aan de darmschijl-tuberkelen toeschrijft, meer of min twijfelachtig en gewoonlijk van andere onderbuikskwalen afhankelijk zijn. Het eenige stellige kenteeken , aan hetwelk men de darmschijl-tuberkelen alleen in hun laatste tijdperk herkennen kan, is, dat men dezelve door betasting waarneemt. »De darmschijl-tuberkelen," zegt guersent , »zijn eene van die organische ziekten , welke uitsluitend de ziektekundige anatomie toebehooren. In de nosographia vormen zij een geheel door de kunst gevormd geslacht , aan hetwelk men ten minste tot heden toe geene physiologische kenteekenen heeft weten te geven , welke hen van die ziekte onderscheiden, met welke zij bijna altijd vooikoinen. Alles wat men aangaande de verschijnselen en het gevaar der daimschijl-tuberkelen gezegd heeft , moet klaarblijkelijk aan de hen vergezellende ziekte toegeschreven worden."

De veranderingen , welke men bij de lijkopeningen waarneemt, zijn naar den tijd, in welken zij onderzocht worden , zeer verschillende ; sterft de zieke, voor dat de tuberkelen zich sterk ontwikkeld hebben en voor dat de klieren geheel in tuberkelen veranderd zijn , zoo vindt men deze organen in eenen tweevoudigen toestand : zij zijn

Sluiten