Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstoken, of zij geven geen het minst bewijs van ontsteking te kennen. In het eerste geval is het weefsel der klieren rood , gezwollen , min of meer bloedrijk , en biedt aan het onderzoekend mes grooteren weerstand dan in den gezonden staat. De tuberkuleuze massa is in dit weefsel in den vorm van kleine rond of onregelmatig gevormde ligchaamtjes ontwikkeld ; in enkele zeldzame gevallen komen dezelve in de gedaante van kleine i lakken of onregelmatige lagen en strepen voor, welke op eene onmerkbare wijze met het weefsel der klieren zamen vloeijen. In andere gevallen zijn de klieren noch rood , noch gezwollen , noehi hard somwijlen zijn zij zelfs bleeker dan in den gezonden staat. De zelfstandigheid der tuberkelen komt onder den vorm van korrels voor, welke gewoonlijk als vreemde ligehr.men aan de klieren bevestigd zijn; deze laatsten hebben slechts in omtrek verloren, wel te weten , in verhouding lot de uitbreiding der tuberkelen. Terwijl zij bijna altijd een' elliptischen vorm hebben, even als kleine meloen-pitten, zoo ontbreekt hun nu , wanneer de tuberkuleuze massa zich op het einde der ellips gevormd heeft , een of twee derde van dezen vorm ; wanneer zich evenwel dezelve op beide zijden ontwikkeld heeft , zoo zijn zij sikkelvormig. Het klierweefsel wordt allengskens van deze of gene zijde te zamen gedrongen , en tot eene zeer geringe massa teruggebragt. De zelfstandigheid der tuberkelen hangt in dit geval minder innig met de klieren zamen , dan wanneer er ontsteking plaats vindt; zij schijnt slechts tusschen deze en het , dezelve bedekkend buikvlies afgescheiden te liggen.

De klieren mogen ontstoken of bleek en kleurloos, de tuberkelstof binnen in dezelven of slechts op derzelver oppervlakte ontwikkeld zijn , altijd is zij door eene soort van min of meer duidelijken zak omgeven, welke zich gemakkelijk laat afscheiden ; dan weder vloeit integendeel het hen omgevend celweefsel met het weefsel der klieren te zamen en is ten deele met het buikvlies , hetwelk haar als zak dient , in onmiddelijke aanraking. Bestaat de tuberkuleuze aandoening van de darmschijl reeds lang , en heeft dezelve een hoogen graad van ontwikkeling bereikt, zoo zijn de klieren dikwijls of geheel vernietigd , of in afgezonderde of zamengerolde tuberkelmassa's van verschillende grootte veranderd ; in dit gcwil ^indl men geen spoor meer van het weefsel der klieren. De tuberkelmassa breidt zich somwijlen tusschen de vliezen van de darmschijl uit, en vormt lagen van geringere of grootere uitgebreidheid, welke men v ooi eene sooit van abcessen gehouden heeft , wanneer de luberkelmassa verweekt was. Ware abcessen tusschen de vliezen van de darmschijl komen hoogst zelden voor.

De tuberkelen van de darmschijl doorloopen alle vormen van ontaarding, v\elke deze ziekelijke afscheiding eigen zijn. Eerst hebben zij de hoedanigheid van eene raauwe kastanje en zijn mat wit , of bijna den opaal gelijkende of geelachtig. Wanneer de tuberkebnassa niet rijkelijk aanwezig en als het ware in het weefsel der klieren ingezogen is,

Sluiten