Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doel te bereiken, bedient men zich van verschillende halfrond en konisch gevormde ligchamen, welke door een goed bevestigd bindsel, op de plaats van de naar binnen gebragte breuk, vastgehouden wordt. Dit verband moeten de lijders onafgebroken, tot aan de volledige zamengroeijing van den navelring , dragen.

Het voorstel van eenige artsen, om door de hechting eene spoedige en radikale genezing te verkrijgen, is bij kinderen te verwerpen, daar de natuur gewoonlijk, bij de onafgebrokene aanwending van een passend verband, de genezing bewerkt, terwijl bovendien de kunstbewerking pijnlijk is , en stuipen of den dood kan ten gevolge hebben en niet altijd , ook wanneer geene ongelukkige toevallen tusschen beide komen , eene toereikend vaste zamengroeijing bewerkt. Bij meisjes moet men ook in aanmerking nemen , dat bij eenen zwangeren toestand de aaneengroeijing zoude kunnen scheuren (chelius).

De aangeboren liesbreuk wordt bij krampen daardoor veroorzaakt, dat een deel van de darmen met den nederdalenden bal door den buikring doorzakt. Dit kan vroeger of later plaats hebben, wanneer het door het buikvlies gevormde kanaal, door hetwelk de ballen nederdalen, zich aan deszei fs boveneinde niet sluit, en men ziet deswege aangeborene breuken dikwijls eerst eenigen tijd na de geboorte, ja zelfs jaren daarna, ontstaan. In zulke gevallen was dan slechts de aanleg tot de breuk aangeboren , en de breuk ontstaat eerst, wanneer schadelijke invloeden het net of de darmen, of beiden tegelijk, naar beneden dringen. Het wezenlijk onderscheid tusschen de aangeboren liesbreuk en de gewone, bestaat daarin, dat bij de eerste de doorgezakte deelen van den darm met de, slechts met de albigunea bekleede bal in onmiddelijde aanraking in den balzak liggen , terwijl bij de later ontstaande lies- en zakbreuk , het buikvlies een' afzonderlijken breukzak vormt, en alzoo de breuk en de bal in twee afzonderlijke ruimten zich bevinden , welke geene gemeenschap met elkander hebben. Daaruit laat het zich verklaren, waarom men bij gewone breuken den bal onder en achter de breuk voelt, bij de aangeboren breuk echter hem niet ontdekken kan (henke).

De aangeboren liesbreuk vormt eene, met den buikring in onafgebrokene zamenhang staande , peervormige , de huidkleur niet veranderende zwelling , welke bij de ligging op den rug of eene van onderen aangebragte drukking, zich van onderen naar boven allengskens verkleint, en bij eenen opgerigten stand, bij weenen , schreijen, hoesten enz. , van boven naar onderen tamelijk snel in omvang toeneemt, en zich met een soort van dof geruisch meestal gemakkelijk laat vterug brengen. De uitgezakte deelen zijn meestal deelen van de darmen, daar het net te kort is; evenwel kan ook een gedeelte van hetzelve in de breuk bevat zijn , wanneer het met den bal in de buikholte zamengegroeid was (chelius),

II. Deel. q

Sluiten