Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorzaken bestaan in uitwendige beleediging, val, stoot, kneuzing , ver* kouding , het naar binnen slaan van snelverloopende of slepende huiduitslag , onderdrukking Tan gewoon gewordene afscheidingen, enz. Men wil de waarneming gedaan hebben , dat het linker heupgewricht meer aan deze kwaal onderworpen is, dan het regler.

Aangaande het wezen van de coxarthrocace, zijn zeer verschillende meeningen geuit. Feileu zoekt hetzelve in eene slepende ontsteking, welke haren oorsprong in het heupgehricht neemt en van daar zich allengskens verder verspreidt. Daarbij vermoedt hij, dat de ziekte oorspronkelijk alleen in eene opzwelling van den ronden band gelegen zoude zijn, waartoe welligt eene ziekelijke verbeening der drie stukken van het ongenoemde been , de aanleiding kan geven , terwijl zij door ziekelijke lymphe, klierstoffen en andere omstandigheden, eene ziekelijke wending kan aannemen. Rijst neemt aan, dat het vrijwillig hinken aanvankelijk in eene ontsteking van het zeer vaatrijke inergvlies van het beenhoofd , met eene neiging tot verzwering, en later in eene caries centralis bestaat. Brodie , daarentegen, beweert, dat de ziekte meer van eene ontaarding en daarop volgende verzwering van het kraakbeen , dan van het been zelf, ja, tusschenbeide zelfs van eene ontsteking en eigendominelijke ontaarding van het gewrichtsvlies uitgaat. Welke ook van gemelde beschouwingen de juiste zij , zoo kan men evenwel zooveel met tamelijke zekerheid daaruit afleiden , dat de coxarthrocace uit eene ontstekingachtige aandoening, nu eens van het eene, dan weder van het andere organisch weefsel uitgaat, waardoor, bij het voortgaan van het lijden op de overigen en , te weten, wanneer het niet oorspronkelijk het aangedane deel was, altijd op de beenderen eene reeks van verschijnselen wordt voortgebragt, welke het boven opgegevene ziektebeeld daarstellen.

De prognosis rigt zich hoofdzakelijk naar de oorzaken, den duur en het tijdperk der ziekte, als ook naar den ouderdom en de ligchamelijke gesteldheid der lijders. Bij sterke kinderen, welke het eerste levensjaar bereikt hebben, en bij eene eenvoudige, door werktuigelijk geweld ontstane ontsteking, mag men eene gunstigere uitkomst van de behandeling verwachten, dan in tegenovergestelde gevallen; bij klierachtige, rachitische en nog zeer teedere kinderen, wier levenskrachten reeds zeer verzwakt zijn, en bij welke de voeding zeer gering is, zijn toch de vooruitzigten zeer ongunstig. In de beide eerste tijdperken kunnen ontsteking en opzwelling der deelen, door eene doelmatige behandeling volkomen verdeeld , de uitgestorte vloeistoffen wederom opgeslurpt en de reeds be~ gonnene uitwijking der gewrichtsvlakten , door eene behoorlijk opgewekte werking der spieren, wederom teregt gebragt worden ; de nog onbeduidende stoornis van den algemeenen gezondheidstoestand laat zich, zonder veel moeite, herstellen. In het derde tijdperk is het teregt brengen der meestal reeds ontwrichte beenderen in hunne natuurlijke ligging , of de herstelling van het aangetaste gewricht , tot deszelfs gewone verrigtingen, niet meer mogelijk, wanneer ook bij behoorlijke werkdadigheid van het

Sluiten