Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwenen . en de zieke kan het onderbeen , welks geringste beweging nog Toor weinige minuten met de ondragelijkste pijn vergezeld ging, in de meeste gevallen ongehinderd uitstrekken en buigen. Onmiddelijk na de kunstbewerking spreidt zich over de gebrande vlakte eene vlugtige , roosaardige ontsteking uit; na 2—3 dagen gaat de brandvlakte ook in de diepte in ontsteking over , en begint hevige pijn te veroorzaken. Deze pijn is evenwel het middel tot het doel, en mag in den regel niet verzacht worden. De , na de afstooting van de brandkorst ontstane rijkelijke ettering vordert, tot derzelver instandhouding, geene verdere hulp van de kunst, dan de aanhoudende aanwending van verweekende omslagen, of, om het lastig kleven van het linnen op de wond te voorkomen , alleen eene eenvoudige, verzachtende zalf. Merkt men na 2 — 3 weken de alsdan beginnende afneming der active ontsteking en der ettering, zoo vereischt het, in zoo verre slechts de vorm en werkdadigheid van het lijdende gewricht hersteld schijnen te zijn, geene verdere behandeling, dan voortdurend rustig houden van het lid , hetwelk de volkomene genezing binnen weinige weken bewerkt. Heeft echter, bij het afnemen der plaatselijk voortgebragte ontsteking, en ettering, het lijdende deel deszelfs behoorlijke lengte niet herkregen , de, in de gewrichtsholte uitgestorte vloeistoffen nog onopgeslurpt gelaten en is de, naar gelang der kwaal mogelijke beweging nog niet wederom aanwezig , zoo moet men, door de herhaalde aanwending van prikkelende middelen, de afnemende plaatselijke ontsteking en ettering op nieuw opwekken en de spoedige toesluiting van de wondvlakte tegengaan. Men bereikt dit doel door de bekende middelen: Ung. digest. , Vng. elem. , door poeder uit gelijke deelen Canl/iarides en Merc. praec. rubr. , Sabina , enz., late daarbij evenwel eene fontanel op de, reeds bij de kunstbewerking daartoe voorbereide plaats, tot de geheele herstelling van den lijder, openhouden , ingevalle het betrekkelijk welzijn niet daardoor op de reeds opgegevene wijze benadeeld wordt.

Eene dusdanige voortgezette prikkeling en ettering op de oppervlakte is des te noodzakelijker, hoe langer de aanwending van het gloeijende ijzer in het tweede tijdperk werd uitgesteld. Want wanneer men ook van de sterkere prikkeling der prikkelbare deelen door middel van het gloeijende ijzer , zelfs bij eene reeds aanmerkelijke verlenging van het lid, dikwijls eene zoo groote terugwerking en zamentrekking der spieren en van alle, het gewricht omgevende weefsels waarneemt, dat men het uitgewekene gewrichtshoofd binnen weinige dagen, ja, zelfs binnen uren en minuten, in deszelfs natuurlijke ligging terugvindt, zoo berust zulks evenwel juist op de hevige zamentrekking der spieren, echter niet op de verdeeling der, de verlenging mede veroorzakende ziekelijke ophooping van vloeistoffen , welke noodwendig eerst later en allengskens volgen kan. IVa het ophouden van de eerste hevige prikkeling , tegen den 7Jen dag, verlengt zich gewoonlijk het, onmiddellijk na de kunstbewerking verkort zijnde been; de nog bestaande opzwelling van de inwendige weefsels was slechts

Sluiten