Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De lichamelijke teekens der manbaarheid bestaan bij het vrouwelijke geslacht in het opkomen der maandstonden, bij het mannelijke in de vorming van' het zaad en in het vermogen dit te ledigen (vergel.

Fig. 519. Baarmoeder met haar onderdeelen (van voren gezien). a lichaam der baarmoeder, b hals der baarmoeder, c scheededeel der baarmoeder. d breed moederband. e ƒ scheede. (de scheede wordt hier in haar bovenste deel getoond en de voorste wand weggenomen). g h eileiders (moedertrompetten) met hun openingen, i ronde moederbanden, k eierstokken.

(Men stelle zich de scheede voor als naar onderen verlengd.)

hierover „mannelijke geslachtsorganen"). Zooals in het lichaam, hebben tevens aan den geest en de ziel ingrijpende veranderingen plaats. Het karakter, waarvan zich tot nu toe wel enkele trekken vertoonden, begint zich in bepaalde trekken voor te doen en vaste vormen aan te nemen. Terwijl echter de ontwikkeling van den jongen tot den jongeling een meer bestendig en gelijkmatig verloop neemt, speelt zich de functie dér rijpheid bij het meisje veel spoediger en dikwijls verrassend af.

Niet zelden ontwikKeit zich uit een kind binnen weinig maanden — of ten minste binnen zeer korten tijd — eene jonkvrouw in den vollen bloei van lichaam en geest, zoodat ten opzichte van deze verrassende wisseling de vergelijking met den uit de eenvoudige larve gekomen vlinder wel op-

r'ë-ow- gaat. Uit deze spoedige

Uitwendige geslachtsdeelen. ontwikkeling is het feit

a groote schaamlippen, b kleine schaamlippen. tg verklaren, dat jonge c kittelaar (clitoris). d opening der unnebuis.

e ingang der scheede. meisjes de jongelingen

Sluiten