Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Karakteristiek daarvoor zijn de ontstekingachtige uitzweetingen van het buikvliesbekleedsel der geslachtsorganen, die zich op sommige plaatsen ophoopen. Indien zulke ontstoken plaatsen elkander raken, dan plakken zij onderling vast en vormen op deze manier de meermalen vermelde vergroeiingen (z. plaat 41).

De ongemakken bestaan in meer of minder sterke pijnen, die meestal aan de vergroeiingen met de daaruit voortkomende verschijnselen van uitrekking zijn toe te schrijven.

De behandeling is dezelfde als bij de chronische ontstekingen der afzonderlijke organen.

De infectieuze onderlijfsontsteking heeft eene veel gevaarlijker natuur. Aan deze ligt steeds eene infectie ten grondslag en hare gevolgen zijn zeer ernstig. Men onderscheidt een septischen en een gonorrhoïschenvorm— de eerste ontstaat door ettercoccen (etter verwekkende bacteriën), de tweede door gonococcen, de verwekkers van den druiper (gonorrhoe).

De ontwikkeling der septische infectie neemt steeds een zeer spoedig verloop. Onder sepsis verstaat men eene bloedvergiftiging, die veroorzaakt wordt, doordat de binnengedrongen splijtzwammen stofwisselingsproducten afscheiden, die voor het menschelijke organisme het meest verderfelijke vergift beteekenen. De infectie sluit zich haast uitsluitend bij verloskundig en operatief ingrijpen aan, waarbij niet door de strengste ontsmetting voor volledige kiemvrijheid — asepsis — zorg gedragen is. Het gevolg is dan de vorming van etter in de buikholte.

De septische infectie leidt in de ergste gevallen tot de acute buikvliesontsteking (z. deze), met al hare noodlottige gevolgen. Gelukkig echter komt het bij de meerderheid der gevallen tot een minder tragisch verloop, ook al gaat dit met ernstige gevaren gepaard. De in de buikholte gevormde etter — het exsudaat (ontstekingachtige uitzweeting) der infectieuze ontsteking kan aanvankelijk sereus zijn, het wordt dan echter etterig — zakt namelijk dikwijls in de afloopende deelen der buikholte, vooral in het onderste gedeelte van het kleine bekken, dat tusschen de baarmoeder en het heiligbeen ligt. Overal ontstaan nu de reeds besproken vlakvormige verplakkingen, waardoor darmkronkels en deelen der geslachtsorganen onderling zoo vast, als het ware gesoldeerd worden, dat zij het zieke deel der buikholte geheel van het gezonde scheiden.

Het exsudaat (z. afb.) kan een zeer aanzienlijken omvang bereiken. Zijn lot is niet altijd gelijk. Het kan of naar buiten door de buikbekleedsels, of naar binnen in de blaas of den endeldarm doorbreken, of het doet geen van beiden en blijft binnen de afsluiting, waar het langzaam verdikt en ten slotte verschrompelt. Deze laatstgenoemde afloop doet zich het meest voor.

Sluiten