Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het buitenste is van de baarmoeder, dus van het moederlichaam af komstig, de beide inwendige worden door de vrucht gevormd en me het vaatvlies of chorion en het lamsvlies of amnion aangeduid

Het vaatvlies vormt de verbindende laag tusschen het moederlijke en het kinderlijke lichaam en ondergaat voor dit doel een zeer merkwaardig ontwikkelingsproces. In den beginne sproten rondom het ei kleine vlokken te voorschijn, dié zich gelijk de wortels eener plant in Jiet baarmoederslijmvlies dringen en het ei op deze wijze als 't ware vastleggen (Fig. 606). Elk dezer vlokken heeft een bloedvat, dat door de in de

navelstreng uitloopende bloedvaten met het lichaam der vrucht in verbinding staat. Na ongeveer 6 weken echter begint het grootste

gedeelte dezer vlokken te verkwijnen, behalve op dat gedeelte, waar het ei zich oorspronkelijk had vastgezet. Hier ontwikkelen zij zich des te krachtiger en vormen een dikke vertakte vlokkenlaag, die diep in de

baarmoeder dringt. Deze gedeeltelijke verkwijning en ontwikkeling der vlokken duurt 'ongeveer twee maanden, zoodat in het begin der vierde maand het ei van vlokken ontbloot is, daarvoor is echter uit het gewoekerde gedeelte een groote ronde sponsachtige schijf ontstaan: de moederkoek of placenta (Fig.603 en 604 en plaat 42).

Het lamsvlies of amnion is het naaste bij de vrucht gelegen. Het is een doorschijnend, dunwandig vlies, dat niet alleen het inwendige van het ei bekleedt, doch zich ook op de navelstreng voortzet en deze tot aan den navel van het kind bedekt. In de laatste

Fig. 605. Ei met vrucht van 12 weken. Natuurl. grootte.) n navelstreng.

Fig. 606. Ontwikkeling van het middelste eivlies of vaatvlies. Ch vaatvlies (chorion). A lamsvlies (amnion . W vruchtwater.

Sluiten