Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstane verwijding slechts gering is — hoogstens i—1,5 c. M. —, zoo vergemakkelijkt zij toch de geboorte.

De zachte geboortcwegen bieden bij de geboorte eveneens eenigen tegenstand, die echter niet zoo 'n belangrijke rol als het bekken speelt, omdat hij door rekking der zachte wegen ondervangen. wordt. Het onderste gedeelte der baarmoeder en de scheede zijn zoo elastisch, dat zij zich in het verloop van het zoogenaamde ontsluitingstijdperk tot een wijd kanaal uitrekken, waardoor het kind naar buiten treedt. Wel loopt deze verwijding niet zonder inscheuren af, hoofdzakelijk aan den moedermond, wiens vorm door de scheuren voor den verderen duur van het leven een verandering ondergaat.

De verwijding der uitwendige deelen wordt door rekking van den bilnaad bewerkstelligd. (De bilnaad is het gedeelte tusschen de opening der scheede en van den endeldarm.) Hij bestaat alleen uit zachte deelen en geeft hierdoor aan den druk bij de geboorte in hooge mate mede, zoodat hij niet zelden tengevolge van de aan de rekking gepaard gaande verdunning inscheurt. Om deze reden moet bij iedere geboorte de bilnaad door tegendruk zorgvuldig beschermd worden.

Hoe groot het rekkingsvermogen der uitwendige deelen is, blijkt uit het verschil in grootte tusschen de opening der scheede en het hoofd van het kind.

De barensweeën

De weeën zijn de drijvende krachten bij de geboorte. Zij bestaan uit samentrekkingen der baarmoeder, waardoor haar inhoud naar buiten geperst wordt, en zijn van buitengewone pijnlijkheid. Bij het begin der baring zijn zij matig sterk, worden echter voortdurend heviger, totdat zij hunne volle kracht bereikt hebben. Zij treden niet aanhoudend, doch met tusschenpoozen, de zoogenaamde weeënpauzen, op, volgen elkander dan sneller op, hoe verder de baring voortschrijdt. Hunne grootste kracht en veelvuldigheid bereiken zij bij de uitdrijving

van het kind uit het bekken.

De weeënpijn wordt in den beginne in den buik, later echter in de lendenen gevoeld, van waar hij naar den onderbuik en de dijbeenen uitstraalt. Deze van de lendenen uitgaande pijnen zijn karakteristiek voor de weeën en kunnen een buitengewone hevigheid krijgen. Dc pijnlijkheid verklaart zich uit de omstandigheid, dat bij de samentrekking der baarmoeder de in de spiervezels vertakte zenuwen^ aan een sterke drukking zijn blootgesteld. De weeënpijn wordt heviger naar mate de tegenstand sterker is. Is het kind het bekken gepasseerd, dan zijn ook de ergste weeën doorstaan.

Sluiten