Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het aangeboren onvermogen om te zoogen beteekent het verlies der geschiktheid, zog voort te brengen en is de uitdrukking voor eene ontaarding en verkwijning der borstklieren. Eene gevulde buste bij vele tot zoogen niet in staat zijnde vrouwen heeft volstrekt niet de zelfde beteekenis als een goed gevormde borstklier, doch hangt alleen van sterke vetvorming af. Het ontzettend toenemende onvermogen om te zoogen staat naar alle waarschijnlijkheid in oorzakelijk verband met het rampzalige alcoholgebruik, dat in alle kringen der bevolking heerscht en met zijne door vele generatie's opgehoopte werking tot ontaarding der zogklieren leidt.

Behalve aan de ontaarding moet ook aan de verkwijning der borstklier tengevolge van het niet-gebruiken een ruime beteekenis toegekend worden. Indien in eene familie grootmoeder en moeder niet gezoogd hebben, is ook de kleindochter meestal daartoe niet 'in staat, omdat hare borstklieren niet voldoende künnen functionneeren.

Voor het aangeboren onvermogen om te zoogen kunnen de vrouwen zonder twijfel niet verantwoordelijk gesteld worden. Doch wel treft hun de schuld voor het verkregen onvermogen, dat voor het grootste gedeelte een gevolg der mode is. Het corset alsmede de nauw sluitende taille hebben onberekenbare schade aangericht, omdat zij reeds bij zeer jeugdige meisjes toepassing vonden en de ontwikkeling der borstklieren door den voortdurenden druk tot stilstand brachten. Dank zij de reformbeweging op het gebied der vrouwenkleeding is ten minste in zooverre een zeer belangrijke verbetering in dezen toestand verkregen, dat althans de jeugd niet meer in zulke den groei belemmerende pantsers wordt ingesnoerd. En daarmede is al veel bereikt, want wie van jongs af gewend is, zich los te kleeden, kan zich onbelemmerd ontwikkelen en het lichaam voor zijn later te vervullen taak geschikt maken.

Geheel onvergeeflijk is het — men kan zeggen — moreel onvermogen om te zoogen, omdat het niets met de lichamelijke gesteldheid te maken heeft, doch de uitdrukking eener zedelijke minderwaardigheid is. Het wordt zonder uitzondering in de kringen der bezittende klassen gevonden en spruit uit de onedelste eigenschappen voort: ijdelheid, genotzucht, zelfzucht en gebrek aan plichtsgevoel. Vrouwen van dezen aard willen eenvoudig hun kind niet voeden, ook indien zij het kunnen. De kinderen van zulke moeders zijn diep te beklagen, want hen ontbreekt, niettegenstaande zij uiterlijk dikwijls weelderig verzorgd worden, de moederliefde, die door niets vervanger» kan worden.

□ 0 □

Sluiten