Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven gewoonlijk meer meiK aan üe zeer grooie en vette, noe wirter de melk is, deste vetter is zij. Van de kwaliteit der melk kan men zich het best door den welstand van het kind der voedster overtuigen. De voedster is voor het aannemen van het kind het best geschikt 2—3 weken na haar bevalling, als zij dus geen kraamvrouw meer is. Wanneer zij reeds vroeger bevallen is, dan is haar melk rijker aan kaasstof (caseïne) en veroorzaakt dan licht storingen in de spijsvertering van den pasgeborene.

Het aan de voedster toegediende voedsel mag niet te vet zijn, daar anders het afzonderen der melk nalaat. Het best verdraagbaar is het voedsel waaraan zij thuis gewoon is, daar ongewoon voedsel niet voordeelig werkt. Iedere voedster moet dagelijks eenige uren in de frisschc lucht gaan, maar ook wat in de huishouding doen. Zij mag nooit het kind om het te zoogen in bed nemen, maar moet hiervoor steeds opstaan.

De kunstmatige voeding wordt toegepast wanneer de natuurlijke met moeder- of voedstermelk niet mogelijk is. Men verstaat onder kunstmatige voeding het voeden met melk van dieren, bij ons voornamelijk koemelk. In andere landen wordt te dien opzichte ook geiten-, merrie- en ezelinnenmelk gebruikt, welke laatste vooral met de vrouwenmelk zeer veel overeenkomst moet hebben.

De chemische samenstelling der koemelk is dezelfde als bij vrouwenmelk, maar de verhouding der hoeveelheden der bestanddeelen zijn verschillend. De koemelk bevat bijna dubbel zooveel eiwitstoffen, doch is armer aan suiker, terwijl het vetgehalte van beide melksoorten hetzelfde is. Zouten vindt men in de koemelk veel meer dan in vrouwenmelk.

Koemelk is voor den zuigeling moeilijker te verteeren dan vrouwenmelk, niet alleen door het grootere eiwitgehalte, doch ook door de kwaliteit der kaasstof (caseïne). Terwijl namelijk de caseïne der vrouwenmelk in de kindermaag in fijne vlokken vloeit, die gemakkelijk verteerbaar zijn, vloeit het dierlijke caseïne in dikke kaasbrokken, welker vertering moeilijker en langzamer gaat.

Om de koemelk gemakkelijker verteerbaar te maken, wordt zij met gekookt water verdund. Men neemt de eerste maand 1 deel melk op 3 deelen water, in de tweede maand 1 : 2, in de derde maand I : I, d. w. z. half melk, half water. Eerst van de zesde maand af kan men zuivere koemelk geven. Aan de verdunde melk wordt melksuiker toegevoegd, die men het best uit de apotheek kan betrekken. Men berekent 50 gram, ongeveer 3 eetlepels, op I liter verdunde melk. Het voedse. wordt warm aan het kind toegediend. Trots deze behandeling der melk wordt zij toch niet gelijk aan de vrouwenmelk. Daarbij komt nog, dat hare kwaliteit in hooge mate van het koeienvoeder afhangt. Het

Sluiten