Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schillende melkpreparaten, waarvan de gecondenseerte melk der verschillende groote melkinrichtingen, voortreffelijk is. In alle gevallen beslist de dokter over de keuze en het gebruik van dit voedingsmiddel.

Ook móeten nog vermeld worden de verschillende toevoegsels der melk, wanneer de verdunning met water moet worden vermeden. Het best komt daarvoor een dunne haver- of gortpap of een dunne kindermeelpap, die met melk vermengd wordt, in aanmerking. Deze toevoegsels moet men echter slechts op voorschrift van den dokter aanwenden. Om ze aanhoudend aan het voedsel toe te voegen heeft geen doel, althans in de eerste vier maanden, daar het kind de stijfsel, het hoofdbestanddeel ervan, niet verteert en de gezonde darm geen kunstmatig slijm noodig heeft.

Gemengd voedsel kan men vanaf de 8e maand geven, doch blijft natuurlijk de melk het voornaamste voedsel. Wat bouillon met ei (alleen eigeel), chocolade, cacao, van groenten: spinazie en peen, alles goed fijngemaakt, van vruchten: appelmoes en het uitgeperste en gesuikerde sap van sinaasappelen, kunnen zonder bezwaar aan het, gezonde kind gegeven worden. Zeer gaarne hebben de kinderen zoete gortpap, fijngestampte aardappelen en witbrood met boter. Over de vraag, of zeer eiwitrijke kost, zooals eieren en vleesch, op dat tijdstip reeds doelmatig is, is men het niet eens. Worden kleine hoeveelheden daarvan gaarne genomen en goed verdragen, d. w. z. blijft de stoelgang normaal, dan is tegen het gebruik door den zuigeling niets in te brengen.

Algemeene bemerking. In de meeste gevallen geschiedt het voeden der fleschkinderen meer volgens oude gewoonten, dan volgens hygiënische grondbeginselen. Ook daardoor zijn zij tegenover de borstkinderen ten achter. Geen raadgevingen van grootmoeders en verloskundigen mogen daarin worden opgevolgd, doch alleen het voorschrift van den dokter. Wanneer ergens de hygiëne, d. w. z. de gezondheidsleer, in de practijk van gewicht is, dan is dit zeker het geval op het gebied der zuigelingenverzorging. Alleen de dokters onderwijzen de gezondheidsleer, welke derhalve niet alleen bij ziekte geroepen moeten worden, doch veeleer door hygiënische raadgevingen er voor moeten zorgen, dat ziekte voorkomen wordt. Nooit mag eigenmachtig eene verandering in de voeding van den zuigeling plaats hebben. Reeds menig kind is aan eene dergelijke proefneming te gronde gegaan. Het bovenmate teere en gevoelige organisme heeft een degelijke leiding noodig.

Sluiten