Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rende den geheelen zoogtijd, komen storingen in de spijsvertering ongemeen dikwijls voor, daar maag en darm zóó teer en gevoelig zijn, dat zij bij de minste afwijking van den normalen toestand door meer of minder hevige brakingen reageeren. Gedurende dezen tijd mag een storing in de spijsvertering nooit verwaarloosd of te licht opgenomen worden, want bij zulke jonge kinderen wreekt zich iedere onachtzaamheid op dit gebied zeer zwaar. In ieder geval moet direct geneeskundige hulp worden ingeroepen. Het is totaal verkeerd uit eigen beweging iets te ondernemen of naar goedbedoelde raadgevingen van vrouwelijke bloedverwanten te luisteren. Juist hier speelt de bemoeiachtigheid van familie een groote rol.

Hoe beteekenisvol de ziekten der spijsverteringsorganen in het eerste levensjaar zijn, bewijst het enorme aantal sterfgevallen bij zuigelingen. Vooral de kunstmatig gevoede kinderen loopen daarbij groot gevaar. Wanneer men de sterfgevallen bij deze en bij de borstkinderen afzonderlijk berekent, dan sterven van de laatsten 20 %, daarentegen van de fleschkinderen 80 %, een waarlijk moorddadig getal.

De oorzaken der storingen in de spijsverteringsorganen bij borstkinderen liggen gewoonlijk in overmatige voeding of in 't onregelmatig geven der borst, bij fleschkinderen in de reeds besproken gevaren door 't voeden met koemelk, waarbij natuurlijk ook nog overmatige voeding kan komen. Van niet minder gewicht is de ondervoeding tengevolge van te geringe of ongeschikte voeding, alsmede door het te vroegtijdige toedienen van kindermeel.

De meest voorkomende stoornis is wel de verstopping, vooral bij fleschkinderen, welker ontlasting tengevolge der zware spijsvertering der koemelk spoedig droog en minder gauw verwijderd wordt. Minstens éénmaal per dag moet de ontlasting bij ieder kind plaats vinden als het gezond zal blijven -— gewoonlijk heeft het bij normale spijsvertering in de eerste maanden 2—3 stoelgangen. Is het kind, als de stoelgang slechts éénmaal plaats heeft, opgewekt en de ontlasting rijkelijk en brijachtig, dan behoeft men er verder niets aan te doen. Wordt de ontlasting echter droog en hard en prest het kind deze er slechts moeilijk uit, of houdt de ontlasting geheel op, dan bestaat er een ziekelijke storing. Niet zelden komt er verhitting en onrust bij, het kind schreeuwt en trekt de beentjes omhoog, en het lichaam voelt hard en opgezwollen aan.

Treden deze laatste verschijnselen bij een pasgeborene eenige dagen na de geboorte op, dan komt dit somtijds door een gebrek, namelijk het ontbreken van een darmopening, daar het darmkanaal gesloten is. Uit dit" oogpunt moet ieder pasgeboren kind naar de aan-

Sluiten