Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

perkt door alles te voorkomen, dat hen opwinden of ophitsen kan. Aan het groeien van het tandvleesch is steeds een verhoogde toevoer van bloed verbonden, die zich niet alleen door het rood kleuren en opzetten van het mondslijmvlies, doch ook door sterkere roodkleuring van het gezicht en dikwijls ook van het hoofd, openbaart. Daar deze toestand de tandpijn en de algemeene onrust vergroot, is een afleiding vanaf het hoofd zeer nuttig. Tot dit doel moet voor eene regelmatige ontlasting, koele afwassching na het bad en — bij sterkere roodheid en verhitting van het hoofdje — koele omslagen om het voorhoofd worden gezorgd. Vooral moet overmatige voeding, heete dranken zooals de geliefkoosde thee, en te groote kamer- en bedwarmte worden vermeden. Natuurlijk moet het kind tegen kouvatten worden beschut, doch niet op zoo'n wijze, dat het in een temperatuur gebracht wordt, die al zijne ongemakken op hoogst onaangename wijze vergroot.

Zeer onrustige kinderen kan men dikwijls helpen door ze naakt op den grond te leggen, den buik naar onderen, en ze dan ongehinderd te laten doen wat zij willen. Met deze zeer eenvoudige methode bereikt men tweeërlei: een afleiden van het bloed van het hoofd naar de huid en het afleiden, van het kind van zijne ongemakken. Heeft dit niet het gewenschte gevolg, doch schreeuwt het kind en tracht het eene andere houding aan te nemen, dan neemt men het weer op, doch toont het zich desniettegenstaande daarna zichtbaar gekalmeerd.

Totaal verkeerd, zelfs schadelijk, is de algemeene. gewoonte — beter slechte gewoonte —- om de tanden krijgende kinderen harde voorwerpen in den mond te steken, opdat zij „de tanden zullen doorbijten". In werkelijkheid is deze handelwijze door den druk, die daarbij op het gevoelige tandvleesch wordt uitgeoefend, zeer verkeerd, daar hierdoor gemakkelijk ontsteking en opzwelling ontstaat, zoodat het kind inplaats van verlichting heviger pijn krijgt. Het is toch zonder twijfel duidelijk, dat het tusschen den nog niet doorgebroken tand en het harde voorwerp zich bevindende tandvleesch hevig wordt samengeperst, zonder dat het doorbreken van den tand wordt bespoedigd. Hoe meer de kaak in dezen tijd wordt ontzien, des te beter verloopt het doorbreken der tanden. De gebruikelijke hulpmiddelen — vioolwortelen, beenen ringen, e. a. — zijn derhalve totaal te verwerpen en nioet men daarom het kind zeer ontzien.

Bij vele kinderen is de ontwikkeling zeer afwijkend. Het komt niet zelden voor, dat bij de geboorte reeds tanden aanwezig zijn, — een verschijnsel, dat als voorbeeld van een gewelddadig, brutaal karakter moet gelden. Zulke tanden zitten gewoonlijk maar los in het tandvleesch, waarin zij als verspreide stukjes beenderen staan; slechts zelden

Sluiten