Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan warmte omgekeerd inkrimpen, het bloed van de buitenste huid van het lichaam terughouden en daardoor een afgeven der lichaamswarmte naar buiten verhinderen. Hierdoor ontstaat het roode of bleeke uitzicht der huid bij hitte of kou.

Het is duidelijk, dat slechts een goed werkende huid, die voldoende luchttoevoer heeft, deze gewichtige taak kan vervullen. Derhalve is het bij het verharden hoofdzaak de huid in goeden staat te houden, alsmede haar voldoende met de lucht in aanraking te laten komen.

Hoe moet nu het verharden plaats vinden? Als eerste regel geldt, dat men met het verharden steeds alleen in het warme jaargetijde begint, alsmede dat dit op langzame en geregelde wijze geschiedt. Uit de voorgaande uiteenzetting blijkt, dat het verharden van het lichaam van evenveel gewicht is als die van de huid. De hulpmiddelen daarbij zijn water en lucht. Men begint met ze dagelijks geheel te wasschen, en de temperatuur van het water rrloet elke paar dagen een halven graad lager genomen worden. Op deze wijze worden de kinderen gemakkelijk eraan gewend, zonder dat zij tegen het wasschen met angst en beven opzien en zich uit vrees voor het koude water totaal zinloos gedragen. Wie ooit zoo'n gewelddadige verhardingsproef bij jonge kinderen heeft bijgewoond, weet, dat niets onverstandiger is, en dat het eenige gevolg der proef eene zenuwachtige opwinding van het kind en zijn voortdurenden afkeer van koud water tengevolge heeft. Bij kleine kinderen verdient het aanbeveling niet onder 2o0 R te gaan, terwijl bij grootere de temperatuur tot op 150 verminderd kan worden, vooropgesteld, dat deze warmtegraad goed kan worden verdragen. Elk richten naar een voorbeeld moet onvoorwaardelijk worden vermeden, daar ieder lichaam zijn eigen behoeften heeft en zich alleen dan wel gevoelt, als deze in vollen omvang in aanmerking worden genomen.

Doch zelfs wanneer de huid door frisch water wordt afgekoeld en gesterkt, kan zij haar doel slechts vervullen als zij, zooals reeds bemerkt, voldoende met de lucht in aanraking komt. Het is duidelijk, dat een ondoelmatig gekleed lichaam, welks huidafscheiding niet kan uitwasemen, een verharden onmogelijk maakt, daar deze steeds vochtigwarm is. Derhalve meet men de kleeding zoo uitkiezen, dat de huid zich trots de haar bedekkende stoffen volkomen kan uitwasemen. (Men vergelijke hierbij het hoofdstuk „Hygiëne der kleeding".)

Het denkbeeld, dat de naaktheid van enkele lichaamsdeelen tot verharding leidt of daartoe noodzakelijk is, is totaal verkeerd. Vooral de gewoonte der halve kousen, die de beenen bijna bloot laten, beduidt eene dusdanige miskenning van het verharden. Men moet slechts de kleinen aanzien, hoe deze, wanneer zelfs geharde volwassenen zich

Sluiten