Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze wijze leert men het karakter allengs kennen en vindt dan gemakkelijk de juiste manier om met het kind om te gaan.

Een ander gebied waarop misdrijven tegen de kinderziel worden begaan, is de bewegelijkheid en de veelvuldige afwisseling zijner gedachten en gevoelens. In de natuur van het kind ligt nu eenmaal een aandrang naar beweging, naar afwisseling én nieuwe indrukken, alsmede een drang naar teederheid. Het is zeer zeker niet gemakkelijk om deze menigvuldige behoeften te bevredigen, doch het kind ongeduldig of ruw af te wijzen, is niet op zijn plaats en doelloos. Want bij de levendige afwisseling der gedachten, vergeet het spoedig de zooeven ontvangen afwijzing, komt terug en - ondervindt spoedig hetzelfde lot. Derhalve moet ieder, die tot opvoeden geroepen is, zich tot regel stellen, om de rustelooze kinderlijke geest met zacht geduld te verdragen, omdat deze methode de beste is om het vertrouwen van het kind te winnen. Wie dit verovert, heeft de sleutel tot zijne leiding en opvoeding in handen. Kinderen bezitten eene zeer scherpe opmerkingsgave en weten spoedig te onderscheiden tot wien zij zich met hunne wenschen moeten wenden.

Het toenemende begrip van de gebeurtenissen in de ziel van het kind heeft ook zijn gemoedsstemming geheel anders leeren schatten. Zoo wordt de beschouwing der nietigheid der kinderlijke zorgen en tranen steeds meer betwijfeld en door alle verder denkenden in den steek gelaten. De smart van het kind namelijk -— om het even om welke reden deze ontstaat — is zoo hevig en diep als van een volwassene en moet met zachte hand worden aangepakt en gelenigd. Niets is verkeerder dan bedroefde kinderen te bespotten, zooals het helaas nog zoo dikwijls voorkomt. Hoe oud deze verkeerde gewoonte is, bewijzen de menigvuldige spotliedjes, die in omloop zijn.

Tegen andere fijngevoelige aandoeningen wordt niet minder onmeedoogend gezondigd, wat bij volwassenen als een deugd geldt, wordt bij het kind niet in aanmerking genomen, zooals bijvoorbeeld het eergevoel. Deze eigenschap is bij het normale kind steeds voorhanden, en verdient veel meer aandacht, dan gewoonlijk gedaan wordt. Straffen in tegenwoordigheid van vreemde personen, zich schamen voor andere kinderen, het twijfelen aan de waarheidsliefde -— dat alles zijn dingen, die een kind met eergevoel diep ongelukkig kunnen maken en het aanleiding kunnen geven tot trots en halstarrigheid of tot geringschatting van dergelijke maatregelen.

Mag men een kind slaan? Wie van begin af aan het slaan als onontbeerlijk voor de opvoeding houdt, is een slechte opvoedkundige. Kastijdende opvoeders zijn nop nooit tot andere gevolgtrekkingen ge-

Sluiten