Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de bloedarmoede wordt door vele ouders in '4 geheel geen acht geschonken of licht opgenomen, terwijl het toch in werkelijkheid een kwaal is, die de oorzaak van zeer ernstige storingen in de gezondheid kan worden. Er is daarbij niet direct sprake van vermindering van het bloed, zooals men gewoonlijk aanneemt, doch van eene storing der chemische hoedanigheid van het bloed, waardoor de eigenschap tot het opnemen van zuurstof wordt verminderd. Het lichaam heeft echter voor de regelmatige behoeften een rijkelijke toevoer van zuurstof noodig, die alleen in staat is het tot zich genomen voedsel op te lossen en te verteren. Vermindert deze toevoer, dan doet zich het bekende verschijnsel der bloedarmoede voor: slecht uitzien, voortdurende moeheid die in slaapziekte kan ontaarden, gebrek aan eetlust, hartklopping en duizeligheid. Zoodra één dezer teekenen zich voordoet, moet direct geneeskundig advies worden ingewonnen en niet eerst gewacht worden totdat de storingen een bedenkelijken vorm hebben aangenomen.

Bloedarme kinderen zijn op school slap en lusteloos, spoedig moede en kunnen de voorgeschreven taak niet of slechts met groote moeite vervullen. De onvoldoende kwaliteit van het bloed doet de hersenen eveneens'in de kwaal deelen en vermindert hun kracht. Bij zware gevallen van bloedarmoede is het derhalve zaak het bezoeken der school te onderbreken.

Storing in de spijsvertering vertoont zich door verstopping, zoowel als gevolg van de aan het schoolgaan verbonden zittende levenswijze, als van de gewoonte der kinderen om den stoelgang te onderdrukken, wanneer deze op een voor hen ongelegen oogenblik opkomt. Hierbij komt de omstandigheid, dat een kind er nauwelijks zelf van spreekt of zijne ontlasting regelmatig is of niet, zelfs wanneer het dagenlang geen stoelgang gehad heeft. Het is derhalve zaak der moeder een waakzaam oog op deze zeer gewichtige aangelegenheid te houden. De kinderen moeten eraan gewend worden op de ontlasting acht te geven en het aan de moeder direct mede te deelen zoodra de dagelijksche ontlasting stilstaat of zeer hard wordt.

Men mag in geen geval bij eenvoudige onderbreking der ontlasting tot kunstmatige purgeermiddelen overgaan, die wel op het oogenblik werken, doch het verteringsorgaan verslappen en bij herhaaldelijk gebruik in steeds grootere mate moeten worden toegepast. Veeleer moet door rijkelijk gebruik van fruit en groenten, door voldoende lichamelijke beweging in de vrije natuur en door dagelijksche massage van den buik voor de natuurlijke werking van den darm worden gezorgd. Soms helpt men met een lavement. Het gewichtigst is echter het strenge voorschrift voor kinderen om den aandrang van den stoelgang niet te

(B*

Sluiten