Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig 730. Door een scherm bedekte lamp.

steken verliest. Daar hel licht den slaap verdrijft, zoo benut men de bekende nachtlampjes met de op olie (raap- of patentolie) drijvende kleine waskaarsjes.

Het ziekbed moet men van beide zijden kunnen bereiken en moet derhalve met het hoofdeinde naar den muur staan. Daarbij moet het tegen tocht beschut zijn en 's winters niet te dicht bij de warme kachel staan. Veeren bedden met uitzondering van een hoofdkussen behooren niet in een ziekenkamer, daar zij het lichaam sterk verwarmen, de uitwaseming verhinderen en licht een onaangename reuk in de kamer verwekken. Slechts bij oude lieden, die hun geheele leven in veeren bedden hebben geslapen en .niet

neer anders wennen kunnen, kan men eene

ïitzondering maken. Anders moet de zieke op een paardeharen matras, iie op een spiraalvederen bodem rust,-liggen, en met een wollen- of gematteerde deken toegedekt zijn.

Het beddelaken, dat uit afkoelend linnen moetbestaan, moet glad ;n zonder vouwen liggen, vrij van eetkruimels en zeer zuiver zijn. Bij onrustige zieken, die zich heen en weer draaien, blijft het noch glad, noch zuiver, zoodat men het 't best met groote spelden rondom de nat ras bevestigt. Komen op een of andere wijze afscheidingen voor,

dan spreidt men over het laken een gummidoek of andere waterdichte onderlaag, dat ook weder met een kleiner linnen laken wordt bedekt. Op deze wijze ontziet men het bed, kan men het tweede laken dikwijls verwisselen en veroorzaakt men zoo min mógelijk overlast aan den zieke.

65*

Fig. 740. Hoe men het onderlaken ververscht.

Sluiten