Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter licht duizelingen en hartkloppingen, zoodat zij voor hartlijders, volbloedige of zwaarlijvige personen minder geschikt zijn.

Het halfbad (rig. 822) wordt wel is waar ook in eene groote badkuip genomen, doch met veel minder water, zoodat het lichaam slechts tot aan den navel daarmede

bedekt is. De bijzonderheid van 825. ArmenDaöump.

het halfbad bestaat daarin, dat het bovenlichaam met koeler water door middel van een kleinen emmer of een grooten scheplepel wordt overgoten. De temperatuur dezer begietingen moet in elk afzonderlijk geval zijn voorgeschreven, daar hunne werking op het lichaam buitengewoon sterk is. Buitensporigheden moet men echter strikt vermijden. Zoodra de rug, die het eerst wordt begoten, rood wordt, houdt men op, laat den badende achterover leunen en begiet dan van boven af de voorzijde. Of het baden is nu ten einde, of men giet nog een paar maal met kouder water na. fn dit geval moet het lichaam eerst goed warm worden gewreven, opdat zijne afkoeling niet te sterk wordt. Nadat het baden ten einde is, volgt krachtig afwrijven met een badhanddoek tot de huid weder warm is, en een uur bedrust. Wie het echter kan verdragen, doet er goed aan, zich in de plaats daarvan krachtig te bewegen.

Gedeeltelijke baden hebben meer eene plaatselijke werking op het oog. Al naar het lichaamsdeel, waarvoor het

bad is bestemd, spreekt men van romp-, zitarm-, been- en voetbad. De arm- en beenbaden oefenen bovendien eene sterk afleidende werking uit, zoodat zij bij vele storingen van den bloedsomloop goede diensten bewijzen.

Van bijzondere beteekenis zijn de zitbaden, daar zij bij alle

ziekten der onderlijfsorganen, vooral echter bij vrouwenziekten, een

gewichtige ge-

Kig. 826. Voetbad.

tig. 827. Voetzolenbad.

Sluiten