Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet er. ook voor gezorgd worden, dat kinderen van het kachel- en haardvuur verwijderd blijven en eveneens niet met potten met kokenden inhoud in aanraking komen. Vooral moet er voor gewaarschuwd worden pannen of schotels met kokend water op den grond te zetten, zooals dit in de keuken dikwijls gedaan wordt, daar juist hierdoor tallooze ongelukken voorkomen. Kleine kinderen werpen namelijk zulke voorwerpen gemakkelijk omver of vallen er in, waarbij zij zware brandwonden oploopen. Ook mag men kinderen niet alleen en zonder toezicht in de nabijheid van een gedekte tafel met heete dranken of spijzen laten, omdat zij licht het tafellaken er aftrekken en zich dan uitgebreide verschroeiingen op den hals kunnen halen.

Hoe handelt men bij verbrandingen? Geraken de kleedcren van iemand in brand, dan doet men het beste, zich op den grond te werpen en om en om te rollen, om door den druk het vuur te blusschen. In de plaats daarvan verliezen bijna allen, die door dit ongeluk worden getroffen, hunne tegenwoordigheid van geest en snellen in hun doodsangst naar buiten, om hulp schreeuwend. De daardoor veroorzaakte tocht versterkt de vlam, die nu als een vuurzuil oplaait.

Hier bestaat voor den reddenden persoon slechts één hulp: „Loop niet weg om water te halen, doch grijp de eerste de beste deken of trek snel de eigen jas uit, omwikkel daarmede den brandende, werp hem op den grond en rol hem, totdat de vlammen verstikt zijn of bedek hem met zand, aarde of iets dergelijks. Het komt er namelijk het allereerst op aan de vlammen te, verstikken. Eerst dan haalt men water, veel water, begiet en maak hem grondig van boven tot onderen nat, want de heete, verkoolde klcederen branden nog verder in het vlccsch."

„Eveneens koelt men bij verschroeiingen door heet water of stoom (ketel ontplof fingen) het allereerst door rijkelijk begieten met koud water lichaam en kleederen af" (Esmarch).

Dan njpetcn de kleederen worden verwijderd, wat de grootste voorzichtigheid vordert. Met een zoo groot mogelijke en goede schaar of een scherp mes, welks scherpe kant natuurlijk naar boven gericht is, worden alle kleedingstukken zoo opengesneden, dat zij vanzelf afvallen. Niets mag met geweld worden verwijderd, omdat daarbij de brandblaren verscheuren. Zitten stofresten zoo vast gekleefd, dat zij niet los te maken zijn, dan laat men ze zitten, zonder langdurige en buitengewoon pijnlijke pogingen te doen om ze te verwijderen.

De blaren mogen niet open gemaakt worden, daar zij de beste beschutting voor de verbrande plaatsen vormen. Zijn zij echter zeer stijf gespannen, dan steekt men ze met eene uitgegloeide naald aan den rand

Sluiten