Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 903. Verkeerde houding. Fig. 904. Watertrappen.

Bij het opheffen der armen uit Met lichte bewegingen der handen en

het water zinkt het hoofd deste voeten kan men ook in deze houding dieper. den-mond boven water houden.

steeds gevaar verbonden, omdat de drenkeling zich meestal zoo vast aan hem klemt, dat hij hem bij iedere beweging hindert en hem dikwijls genoeg mede in de diepte trekt. Derhalve moet de redder den drenkeling of op zoo'n wijze te hulp komen, dat hij hem, zooals Fig- 905 toont, zoo omvat, dat hij diens rug tegen zijn borst leunt en hem zoo boven water houdt, of dat hij hem, als hij reeds bewusteloos is, bij het hoofdhaar vat, hem op den rug legt en dan, zelf op den rug liggend, naar den oever zwemt, waarbij hij het lichaam op zijn borst draagt.

Kan de redder niet zwemmen, dan moet hij den verongelukte een * of ander voorwerp toewerpen, waaraan hij een steunpunt vindt: een touw, een stok, een reddingsgordel of, als er niets anders bij de hand is, een mouw van zijn jas, om verbinding met den drenkeling te kunnen verkrijgen.

Is deze reeds bewusteloos, wanneer hij aan land wordt gebracht, dan ziet hij er of blauwrood en opgezwollen of doodsbleek uit. In dit laatste geval is onmiddellijk na den val in het water bewusteloos-

Sluiten