Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hulpmiddel is zuurstof, waarvan het inademen dikwijls wonderen doet. Waar het niet verkrijgbaar is, worden de bij het „verdrinken" aangegeven maatregelen voor de kunstmatige ademhaling toegepast.

Een andere oorzaak der verstikking is het verslikken van te groote spijsbrokken,diein het keelgat blijven steken en het strottenhoofd samenpersen.

De stikkende wordt plotseling blauwrood, de oogen puilen uit, eenige onverstaanbare geluiden — en hij verliest het bewustzijn. Daar hier snelle hulp noodzakelijk is, moet men, voordat de dokter komt, probeeren het beletsel te verwijderen.

Hiertoe steekt men duim en wijsvinger — of alleen den laatste — der rechter hand over de tong diep in het keelgat en probeert nu den brok te vatten en er uit te halen. Zelfs wanneer dit niet geheel gelukt, kan het toch verlichting geven, omdat het strottenhoofd reeds door het gedeeltelijk uithalen van het vreemde voorwerp wordt ontlast. Niet zelden verwekt de indringende vinger een zoodanigen prikkel tot braken, dat het vreemde voorwerp daardoor uitgestooten wordt.

Eene andere wijze van hulpverleening bestaat daarin, den stikkende op te richten, met borst en buik tegen den muur te laten leunen en hem met de vuist nu kort en krachtig op den rug tusschen de schouderbladen te slaan. Daardoor wordt de lucht uit de longen geperst en rukt in het gunstigste geval het door het schokken in beweging gebrachte stuk uit zijne beklemde houding.

Al het overige moet aan den dokter worden overgelaten, die het voorwerp met de daartoe aangewezen instrumenten uittrekt of dit — als het soms niet hard, ruw of puntig is — naar onderen in de maag drukt. Zit het voorwerp echter reeds in de luchtpijp, dan wordt de luchtpijpsnede noodzakelijk.

Verstikking is ook de oorzaak van den dood bij opgehangenen en gewurgden.

De hulpverleening bij opgehangenen bestaat daarin, dat men onmiddellijk den strop doorsnijdt, echter niet, dat men hard wegloopt om hulp te halen. Bij het doorsnijden van den strop moet het lichaam van den opgehangene tegen vallen worden behoed.

Is het lichaam nog warm, dan bestaat er hoop om de levensgeesten nog te kunnen opwekken. Ieder benauwend kleedingstuk moet dan worden uitgedaan, voor frissche lucht en dan onmiddellijk voor kunstmatige ademhaling worden zorg gedragen. Is er zuurstof bij de hand, dan verdient het aanbeveling, zich ook van dit hulpmiddel te bedienen.

Voor gewurgden geldt dezelfde behandeling, alleen moet men hierbij eerst de omsnoering van den hals doorsnijden.

Sluiten