Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prostitutie en sexueele moraal.

C3 CD

Het schijnbaar zoo hecht opgetrokken gebouw onzer moraal, d. w. z. de zedenleer, heeft in werkelijkheid vele scheuren, en wel juist in het gedeelte, dat het innigst met de menschelijke natuur vergroeid is: in het geslachtsleven.

Gaat men op dit gebied nader in, dan doet zich als het gewichtigste probleem de prostitutie voor. Men verstaat hieronder den te koop zijnden' geslachtsomgang, die eene der meest beschamende schaduwzijden van het beschaafde leven beteekent. Het kan natuurlijk niet op den weg van dit boek liggen om het wezen der prostitutie van uit de talrijke gezichtspunten, die daarvoor in aanmerking komen, te ontleden, — doch het is wel noodig, om aan te toonen, dat de heerschende opvatting over de prostitutie bijna zoo onzedelijk is als deze zelf.

De „regeling der prostitutie" ligt in de handen der overheid en heeft geheel en al het karakter eener staatkundige instelling aangenomen. Hier treedt nu in dit opzicht de eerste tegenstelling voor den dag. Terwijl namelijk van overheidswege, d. w. z. door de politie, de geprostitueerden als het uitvaagsel der menschheid worden beschouwd en dienovereenkomstig worden behandeld, heft de staat van diezelfde geprostitueerden belastingen, die door het uitoefenen van hun treurig beroep verkregen worden, —d. w. z. hij belast de ontucht en verrijkt zich daaraan. Door deze handelwijze echter slaat zij dezelfde moraal in 't gezicht, die zij voorgeeft te beschermen, want het begrip van den rechtsstaat verbiedt wetsontduikingen te begunstigen.

Nog krasser is in het prostitutievraagstuk de bevoorrechting van het mannelijke geslacht door de wet zoowel als door de openbare meening. De volle scherpte der veroordeeling valt op de vrouwen, terwijl de mannen onaangevochten blijven en noch van de wet, noch van het burgerlijk eerbegrip iets te vreezen'hebben. Voor eene handeling, die door twee personen wordt begaan, wordt dus alleen het eene deel, het vrouwelijke, verantwoordelijk gesteld. Eene grootere sociale onrechtvaardigheid is nauwelijks te bedenken.

In werkelijkheid liggen de dingen zoo, dat de geprostitueerden slechts in de weinigste gevallen uit aangeboren ondeugd tot hun treurig beroep worden gebracht, doch dat zij meestal het slachtoffer der maatschappelijke omstandigheden en der verleiding zijn. Tallooze meisjes worden door alle kunsten der verleiding ten val

De dokter in huis 7 >

Sluiten