Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandoening1), maar is bijna altijd het gevolg van een angina diphtherica. Bij de ernstige vormen daarvan is ze niet zoo heel zeldzaam. Het slijmvlies van de wangen en van de tong is bedekt door een dik, viezig geelachtig wit beslag, er is een zeer sterke foetor ex ore, de regionaire lymphklieren zijn sterk gezwollen en de algemeene toestand is onrustwekkend. In een praeparaat van de onderste laag van het beslag op de tong kan men gemakkelijk de diphtheriebacillen aantoonen, direct of na cultiveeren.

Bij de primaire stomatitis diphtherica ziet men enkele plekken bedekt met pseudo-membranen, die stevig aan de mucosa vastzitten en rond van vorm zijn, en zijn de lippen gesprongen, bloedend en soms ook met dezelfde pseudo-membranen bekleed.

Ook een herpeseruptie kan in de mondholte opschieten, en is meestal als zoodanig te herkennen door de gelijktijdige aanwezigheid van een herpes van de huid. De blaasjes hebben in den mond slechts een zeer kortdurend bestaan, omdat ze door de vochtige warmte spoedig kapot gaan; er blijven dan kleine ronde ulcera, die soms conflueeren, over. Meestal is het slijmvlies in de omgeving der herpesblaasjes ook diffuus wat ontstoken. Het schijnt mij toch beter om van herpes buccalis te spreken en niet van een stomatitis herpetica.

Tegenwoordig behooren de maligne vormen van stomatitis, die vroeger in geïnfecteerde en slecht ingerichte ziekenhuizen en klinieken bij pasgeborenen en jonge zuigelingen vele slachtoffers maakten, tot de zeer groote uitzonderingen. Men ziet noch de septische vormen van stomatitis, waarbij de jonge zuigeling na een ulcereuze mondontsteking een snel doodelijk verloopende sepsis krijgt met phlegmonen van de hals, erysipelas of algemeene sepsis, noch de gangraeneuse vormen, waarvan het noma de meest typische vertegenwoordiger is.

Het noma treedt bijna uitsluitend op na een ernstige acute infectieziekte en is zeldzaam bij kinderen beneden het jaar. Het begin is een sterke zwelling van de wang, die hard aanvoelt. Aan het wangslijmvlies ziet men ter plaatse een blaar, die barst en gevolgd wordt door een zwarte korst. Deze wordt afgestooten en laat een ulcus na, dat zeer snel in de diepte invreet en zich in de breedte verspreidt, en op tandvleesch en lippen overgaat. De stank is verschrikkelijk. Er zijn weinig ontstekingsverschijnselen in de omgeving van het diepe ulc'us, wel blijft er een sterke zwelling bestaan. De algemeene toestand is zeer slecht: de * prognose van de aandoening zeer ongunstig; er genezen

slechts enkele kinderen. ....

Bij pasgeborenen en jonge zuigelingen is een necroiische osteo-gingivittë beschreven, die aan het tandvleesch begint en waarbij de kaak gangreneus wordt en de tanden, voordat ze er zijn vernietigd en uitgestooten worden. De wang' blijft hierbij vrij. Ook van deze aandoening is de prognose zeer slecht.

1) cf. v. Bokay, Zeitschr. f. Kinderhlk. 1914, Bd. XI. p. 191.

Sluiten