Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wisseling to verbeteren door de diëetregeling en medicamenteuze behandeling, die bij tetanie (zie ziekten der epitheellichaampjes IIe deel) is beschreven.

Misschien zal de tandarts eenig bezwaar maken, om in carieuze kiezen van jonge kinderen een vulling aan te brengen. Toch zal men daarop aandringen, wegens het gevaar, dat de holten nestelplaatsen voor allerlei microörganismen worden.

3. PERLÈCHE.

Syn.: epidermo-dermite commissurale streptococcique, Bridou.

Faule Mundecken (Al. Epstein).

Deze aandoening is beperkt tot de beide lippencommissuren. Alleen op die plaatsen is de huid en het slijmvlies verdikt en gemacereerd. Bovendien vindt men in sommige gevallen een fissuur, die gemakkelijk bloedt.

Het schijnt, dat de oorzaak gelegen is in een streptococceninfectie. De afwijking is vrij hardnekkig, maar geneest meestal spontaan na enkele weken. Verschijnselen van ziek zijn en lvmphklierzwelling ontbreken.

Door drinken uit eenzelfde beker kan de perlèche van het eene kind op het andere worden overgebracht. Men verwarre deze ziekte niet met de plaques muqueuses bij syphilis. Deze geven bijna altijd aanleiding tot lymphklierzwelling, komen niet zoo symmetrisch voor en zijn dieper en met scherper uitgestoken

randen. >

De therapie bestaat in penseelen met joodtinctuur of 20 % melkzuuroplossing.

L ZIEKTE VAN RIUA-FEDE.

Syn.: Production souslinguale, ulcère de dentition.

Door het schuren van de tong over de onderste snijtanden kan er bij zwakke kinderen een eigenaardige afwijking ontstaan, die bestaat in een kleine tumor onder tegen de punt van de tong aangelegen, van grijze kleur. Soms gaat ze in ulceratie over.

Het is een papilloom, dat ontstaan is door hyperplasie van het epitheel en de papillairlaag van de mucosa.

De therapie is schoonhouden en aanstippen met joodtinctuur.

Het ulcus onder het frenulum linguae bij kinkhoest (zie Ie deel blz. 49) verschilt daarin, dat dit een werkelijk soms vrij diep gat is.

Sluiten