Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

optreden. Ook kleine giften chinine kan men geven, als tannas chinicus, voor een kind van 3 jaar bijv. 3 X daags 150 mgr. of van aristochine 3 X dgs 50 mgr.

Zoodra er teekenen van maligniteit optreden, zal men de therapie van de sepsis toepassen (Zie deze).

2. ADENOÏDEN EN TONSILHYPERTROPHIE.

Het aantal kinderen met vergroote tonsillen of met adenoïde vegetaties is legio.

AETIOLOGIE.

De oorzaken van de afwijkingen zijn verschillende.

Van oudsher is bekend, dat een ontsteking van de tonsillen een angina dus, dikwijls een vergrooting der tonsillen achterlaat, en ook dat dit bij sommige kinderen duidelijker is dan bij andere. Men heeft deze individueele verschillen toegeschreven aan een verschil in gestel, en kon daarmee ook verklaren, waarom in bepaalde families de kinderen tot het optreden van adenoïden en vergroote tonsillen gepraedisponeerd zijn. De diathese, die deze verschillen in gestel veroorzaakt, is het lymphatisme of de exsudatieve diathese (zie deze). Aangezien deze diathese onder zijn verschijnselen een verhoogde vatbaarheid voor allerlei infecties telt, en dus ook praedisponeert voor het telkens weer krijgen van een angina, is het alleszins begrijpelijk, dat zij tonsilhypertrophie en adenoïden veroorzaakt.

Maar Czerny gaat nog verder. Hij meent, dat de tonsilhypertrophie tot die verschijnselen van de exsudatieve diathese behoort, die rechtstreeks daarvan afhankelijk zijn en dus ook te voorkómen zijn door een bepaalde wijze van voeding. Wanneer men de kinderen in deze families zeer krap voedt en in het bizonder de melk, de eieren en de boter in zeer kleine hoeveelheden laat gebruiken, dan zou het mogelijk zijn, om het optreden van tonsilhypertrophie en adenoïden te voorkomen. Maar ook al moge deze opvatting te ver gaan, er is toch alle reden om te gelooven, dat ook op deze verschijnselen van de diathese deze voeding een gunstigen invloed heeft.

SYMPTOMEN.

De tonsilhypertrophie is niet dikwijls zoo sterk, dat er mechanische hinder van ondervonden wordt. In vele gevallen ontdekt men dan ook het bestaan der afwijking pas, als men het kind in de keel ziet. Daarbij valt onmiddellijk op, dat de tonsil — meestal zijn beide vergroot, vaak de eene meer dan de andere —

Sluiten