Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van andere praeparaten als amara kan men bij kinderen minder succes verwachten. Ook het tannas orexini (3 X dgs. 100 mgr.) heb ik niet kunnen op prijs stellen bij deze anorexie van kinderen.

Aan deze regelen voor de behandeling van een maagcatarrh moeten veranderingen worden aangebracht, wanneer er gelijktijdig een darmcatarrh bestaat of wanneer deze zich ontwikkelt in het verloop van een andere ziekte. Ook moet eenigszins anders worden gevoed, wanneer er een gastritis door intoxicatie bestaat (zie deel I, intoxicaties blz. 318 s.s.), waarbij dan tevens allerlei indicaties bestaan voor de toediening van stoffen, die het vergif kunnen binden en onschadelijk maken.

2. CONGENITALE PYL0R0SPA8MUS EN HABITUEEL BRAKEN BIJ ZUIGELINGEN.

De pylorospasinus is een door Hirschsprung het eerst beschreven typische ziekte van zuigelingen. De oorzaak is onbekend. Het begin der eerste verschijnselen valt meestal tusschen de eerste en derde week na de geboorte, soms nog later. Toch neemt men algemeen aan, dat de aandoening aangeboren is. Opvallend is dat een pylorospasmus veel vaker bij jongens voorkomt (ca. 75 %) dan bij meisjes. Ook hiervan is geen goede verklaring te geven.

SYMPTOMEN.

Bij een zuigeling, die vanaf de geboorte misschien al een weinig gespuugd heeft, wordt dit spugen vrij plotseling op den leeftijd van een tot drie weken veel heftiger. Na eenige dagen is het zoo erg geworden, dat een groot deel van hetgeen gedronken wordt, weer wordt uitgebraakt. Weldra heeft dit tengevolge, dat het kind afvalt in gewicht, doordat het veel te weinig voedsel inhoudt, en dat het ook andere verschijnselen van de ondervoeding (zie deel I blz. 383) gaat vertoonen: het kind krijgt obstipatie, de luiers zijn weinig nat, en de turgor van de huid wórdt slecht. Wanneer het braken zoo erg is, dat deze teek enen van ondervoeding duidelijk zijn, heeft het meestal reeds de typische kenmerken van het pylorospastisch braken: dat het even goed onmiddellijk na het drinken optreden kan als nog 3 uren na de maaltijd en dat er met groote kracht wordt gebraakt. Meestal is het kind dan ook onrustig en huilerig, totdat het zijn maag voor een deel geledigd heeft. Dikwijls kan men uit het braken van een vrij groote hoeveelheid maaginhoud op een laat uur van den dag vlak, voordat het weer tijd zou zijn het kind te voeden, afleiden, dat de maag motorisch insufficiënt is- Het bestaan van een,

Sluiten