Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIAGNOSE.

De herkenning van de ziekte is zeer gemakkelijk, als men eischt dat een of meer der pathognomonische verschijnselen aanwezig zijn. Ik geloof, dat men goed doet nooit met zekerheid een pylorospasmus aan te nemen, als men geen duidelijk zichtbare peristaltiek heeft waargenomen.

Voordat men dit symptoom gezien heeft, kan men dyspeptisch braken dat van overvoeding het gevolg is, ten onrechte voor pylorospastisch aanzien, of ook de omgekeerde vergissing begaan. Door het opnemen van een nauwkeurige anamnese, waarbij wordt nagegaan, of er redenen voor een overvoeding bestaan, of het kind dus te vaak gevoed werd of dat het veel te groote hoeveelheden dronk, kan men steun trachten te vinden voor de diagnose eener dyspepsie. Evenwel wordt opgegeven, dat juist na een overvoeding ook de verschijnselen van een pylorospasmus vaak begonnen zijn.

Een andere vorm van braken, die bij onnauwkeurig toezien met het braken door pylorospasmus verward zou kunnen worden, is het braken, dat op een aerophagie berust (zie boven blz. 29). Men vindt daarbij soms ook een opgezette maag na het drinken en kan dan ook de contouren van de maag door de buikwand heen zien: peristaltiekgolven ziet men evenwel nooit. Het braken treedt daarbij ook geheel anders op, daar het steeds vergezeld gaat en wordt voorafgegaan van zeer sterk ophoeren. Het kind weet te veel lucht in te slikken, maakt bij het zuigen een klokkend geluid en de ingeslikte lucht ontwijkt na het drinken, en met de lucht komt ook maaginhoud mee. Ook deze kinderen zijn zeer onrustig na het drinken. Bij onderzoek van de maag na het drinken vindt men deze sterk uitgezet door de lucht, zooals blijkt uit een laag tympanitisclie toon bij percussie van de maagstreek. Duidelijker is nog bij Röntgenonderzoek vast te stellen, dat er een pathologische aerophagie bestaat.

Ook het z.g.n. habitueele braken der neuropathe zuigelingen (dl. I blz. 471, 480) en de ruminatio zouden met een pylorospasmus verward kunnen worden, hoewel beide afwijkingen een geheel ander beeld vertoonen. Bij de ruminatio komt het eten na het drinken weer in de mond terug en wordt voor een deel weer ingeslikt, voor een ander deel loopt het naar buiten. Deze wijze van braken verschilt dus zeer van het explosieve braken bij de pylorospasmus. Bovendien treedt de ruminatie bijna nooit op zoo jeugdigen leeftijd op, en ontbreken daarbij de symptomen als peristaltiekgolven en voelbare tumor, die het bestaan van een pylorospasmus bewijzen.

Sluiten