Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHYSISCH ONDERZOEK VAN DE BUIK.

Wanneer men bij kinderen nauwkeurige gegevens wil verkrijgen over de toestand van de buik is het noodzakelijk, dat men het kind rustig kan onderzoeken. Men begint dus het kind met ontbloote buik op een tafel of bed te laten leggen (niet in een bedstee te onderzoeken) en zorgt, dat de verlichting zoo gelijkmatig mogelijk is en beide helften van de buik ongeveer even goed verlicht worden. Ook moet het warm zijn in de kamer.

Het onderzoek begint met de inspectie. Zonder de aandacht van het kind te trekken bekijkt men de buik, gaat na of deze opgezet is en welke vorm in dit geval de opzetting heeft, of deze gelijkmatig de heele buik betreft dan wel plaatselijk sterker is. Is het kind daartoe oud en wijs genoeg, dan zal men het vragen diep adem te halen, omdat men daarbij kan letten op verminderde bewegelijkheid van de buikwand, zooals deze bij pijnlijke buikaandoeningen wordt waargenomen.

Nauwkeurig toezien is vaak vereischt bij zijdelingsche verlichting — om peristaltiekgolven op de buik zich te zien afteekenen. Bij zeer magere kinderen heeft het zien van darmcontouren geen beteekenis. De richting, waarin de peristaltiek zich beweegt en de plaats, waar zich deze golven vertoonen heeft beteekenis ter beoordeeling van zetel en aard van de aandoening.

Na deze nauwkeurige inspectie komt de palpatie. Men zorge daarbij slechts met warme handen te palpeeren en beginne met zeer zacht de vlakke hand op verschillende plaatsen op de buik te leggen. Daarbij kan men door een zeer zachte druk op de buikwand allereerst nagaan, of er meerdere pijnlijkheid op een bepaald punt bestaat, die zich onmiddellijk verraadt door een reflectorische spanning van de spier boven de pijnlijke plaats. Ook bij zeer jonge kinderen is dit symptoom al aanwezig, terwijl het kind ouder moet zijn om nauwkeurig antwoord te kunnen geven op onze vraag, of de druk op de eene plaats pijnlijker is dan op de andere. Wel ziet men ook het jongere kind even een pijnlijk gezicht zetten, maar dit is minder betrouwbaar dan de spierspanning, die bij goede techniek alle andere symptomen in objectiviteit en betrouwbaarheid overtreft. Ook een locale huidhyperaesthesie kan bij oudere kinderen van beteekenis zijn.

Indien er geen of slechts geringe pijnlijkheid bestaat, dan kan men door zeer geleidelijk met de vlakke hand dieper in te drukken, nagaan, of er tumoren te voelen zijn. Men verplaatst daarbij de hand zeer langzaam en neemt bij het palpeeren in de diepte de buikwand met zijn hand mee. Herhaaldelijk is het resultaat van deze

Sluiten