Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van meening is, dat daardoor de groote meerderheid der darracatarrhen te verklaren moet zijn, en dat het de darmrotting is, die de diarrhoe onderhoudt, zoodat ook daartegen de therapie gericht moet worden (Combe) *) zijn anderen van meening, dat veeleer het tegendeel van de rotting, de gisting de hoofdrol speelt en dat deze het is, die bestreden moet worden (Czekny) 2). Ik schaar mij in deze kwestie bij voorkeur aan de zijde van hen, die de beteekenis der rotting vrij hoog stellen.3) Hierbij meen ik evenwel de zuigeling te moeten uitzonderen, daar men bij hen de vermeerderde darmrotting slechts zelden belangrijke intensiteit ziet verkrijgen. Misschien heeft bij die vorm van dyspepsie die ontstaat bij koemelkovervoeding en waarbij kalkzeepontlasting wordt gezien, de rotting eenige beteekenis zooals Tobler en Bessai; waarschijnlijk achten.4)

De eenvoudigste manier om een vermeerderde darmrotting te diagnosticeeren is, dat men in de urine der patientjes zoekt naar stoffen, die in het darmkanaal met de eiwitten slechts door bacteriewerking kunnen ontstaan. Een der meest bekende splitsingsproducten, dat in den darm uit eiwitten slechts door bacterie-

CH

werking ontstaan kan is het indol: C6H4' ^CH . Dit

NH

wordt gevormd uit het tryptophaan, welk aminozuur (indolaminopropionzuur) ook door de tryptische vertering van het eiwit ontstaan kan. Het indol wordt geresorbeerd, tot indoxyl COH

(LH. \ >CH geoxydeerd en aan zwavelzuur, soms ook aan

XNHX

glucuronzuur gekoppeld in de urine uitgescheiden.

Men heeft nu in de hoeveelheid indoxyl, d'ie in de urine voor den dag komt een maat voor de darmrotting, ook al blijft de hoeveelheid indol in de faeces, die niet tot resorptie komt buiten beschouwing.

Slechts bij heftige diarrhoe vindt men daarin meer dan sporen indol. Toch is er nog een andere bron van onnauwkeurigheden, die daarin bestaat, dat

1 j Combe. Auto-intoxication intestinale en Les maladies gastro-intestinales aigues des nourrissons. 1913. Herter, Bacterial infections of the digestive tract.

2) Czerny u. Keller Handbuch der Ernahrung enz. He dl.

3) Gorter. L'indoxylurie en pathologie infantile. Archives de médecine des enfantg. 1908, p. 593.

4) Tobler en Bessau blz. 229. Allg. Pathol. Physiologie der Ernahrung.

Sluiten