Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds bij kinderen tevreden te zijn met een poging tot bestrijding van het symptoom, door het geven van laxantia, die trouwens niet eens altijd met succes bekroond wordt, en in de gevallen waarin het laxans wel helpt, bijna altijd schade doet.

Het is overbodig om hier in bizonderheden van elk der verschillende vormen van constipatie afzonderlijk de wijze van behandeling te beschrijven. Als er maar op gelet wordt eerst de oorzaak op te zoeken, dan volgt de keuze van de therapie vanzelf.

Tegen de spastische constipatie geeft men een voeding, die zeer weinig prikkelt, die weinig cellulose bevat. Bovendien schrijft men voor: Priessnitz omslagen met warm water om de buik of warme zitbaden, en past men toe clysmata met olie, waarvan 50—100 cM.3 naar gelang de leeftijd warden gegeven. In den beginne kan men daarbij vaak een anti-spasmodisch middel niet ontberen. Het eenvoudigste is dan Extractum belladonnae, dat men in vrij groote dosis voorschrijft: bijv. voor een kind van 8 jaar 3 X daags 10 mgr. Is de diagnose spastische obstipatie juist, dan wordt deze dosis goed verdragen en dan werkt ze meestal uitstekend. Geleidelijk vermindert men dan de hoeveelheid, totdat men met de andere voorschriften uitkomt.

Tegen de atonische vormen, die geen mechanische oorzaak hebben en niet van hypothyreoïdie afhangen past men de tegengestelde therapie toe, die bestaat in celluloseryk voedsel: bruin brood, roggebrood, havermout, veel bladgroente, veel vruchten; in koude afwasschingen of koude baden, in buikmassage en veel lichaamsbeweging. Vaak is ook bij kinderen een charlatanoïd getint voorschrift van nut.

Kan men het zonder laxantia aanvankelijk niet stellen dan probeere men allereerst vaseline Cheseborough op een beschuitje gesmeerd, of geve calific], simp. Sennae of sirup. Rhei, of een dergelijk zacht laxans, en geve nooit meer, dan wat hoogstens noodig is

DARMCATARRH.

Enteritis en colitis.

De darmcatarrh is een syndroom, dat bij tal van verschillende ziekten van zuigelingen en oudere kinderen optreedt en dat nog frequenter is dan een albuminurie of een leucocytose: beide verschijnselen, die bij tal van intoxicaties en infecties voorkomen.

De tijd is voorbij, dat men de darmcatarrh als afzonderlijke ziekte beschrijven kan. Nooit of bijna nooit blijft bij zuigelingen een voedingsstoring beperkt tot het darmkanaal, en even zelden kiest een infectieziekte slechts den darm uit. Voor de voedings-

Sluiten