Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft het locale onderzoek van de buik een duidelijk beeld. De buik is meer opgezet dan in den beginne en wordt bij de ademhaling bijna niet bewogen. De drukgevoeligheid is grooter en is evenals de spierspanning over grooter uitgestrektheid aan te toonen, al blijft meestal de appendixstreek het middelpunt der pijnlijkheid en spanning vormen. Nu is ook de huidhyperaesthesie meestal duidelijker. Daarenboven zijn de verschijnselen van ziek zijn meer verontrustend: het kind ziet er angstig uit, heeft een spitse neus en kringen onder de oogen, heeft hooge temperatuur, braakt veel en raakt noch flatus noch ontlasting meer kwijt. In eenige dagen ontwikkelt zich bij uitblijven van de juiste therapie het klassieke beeld van een acute peritonitis (zie deze).

Het is ontegenzeggelijk juist dat de hier genoemde verschijnselen alle ook voorkomen als de peritonitis bij een appendicitis niet door een perforatie is ontstaan, maar doordat de ontsteking per contiguitatem is voortgeschreden. Het is overbodige moeite te trachten op klinische gronden tusschen beide vormen van peritonitis te onderscheiden.

Indien de ontsteking van de appendix minder heftig aankomt, dan blijft de compliceerende peritonitis zeer vaak beperkt tot de omgeving van de appendix. Er ontwikkelt zich een locale aandoening, doordat de darmlissen onder invloed van de ontstekingsprikkel met elkaar verkleven. Deze locale peritonitis is veel goedaardiger, al leidt ze ook dikwijls tot abscesvorming en wordt het verloop van de appendicitis belangrijk verlengd. Bovendien kunnen deze abscessen, die soms spontaan in darm of blaas perforeeren of zich naar buiten een weg banen, tot allerlei ellende aanleiding geven, wanneer ze, óf nog later in de vrije buikholte weten door te dringen, óf in los bindweefsel in do omgeving terecht komen (perinephritisch absces, subphrenisch absces enz.) Zie deze.

Septische complicaties. De tweede groep der complicaties, die in organen op afstand optreden zijn in den regel veel ernstiger. Ze kunnen bestaan in een algemeene sepsis, die zich weinig onderscheidt van een sepsis uit andere oorzaak. Of ook zijn het longabscessen, die optreden door embolie, uit een ontstoken vena thrombus in de appendixbuurt losgeslingerd of multiple kleine leverabscessen, die eenzelfde aetiologie hebben, en zeer kwaadaardig plegen te verloopen. Dieulaföy beschrijft afzonderlijk de haematemesis onder de naam van vomito negro appendiculaire als „un signe de mauvaise augure". Bij al deze complicaties is het kind ernstig ziek en bestaan behalve locale symptomen van de

Sluiten