Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het algemeen kan men wel zeggen, dat de eigenschappen van de colibacillen, die men uit de urine van lijdertjes aan pyelitis kweekt, in meerdere of mindere mate afwijken van die van de echte colibacillen, maar nu eens is déze eigenschap afwezig, dan weer die, en hoe meer eigenschappen men nagaat, hoe meer verschillende groepen er voor den dag komen. Tusschen het klinisch verloop en de eigenschappen der colibacillen bestaat naar onze ervaring geen verband. Misschien zijn virulentieverschillen ooizaak van de verschillen in karakter der ziekte: maar de onderzoekingen naar deze virulentie, die bij proefdieren en dit is een onvermijdelijke zwakke plek van dergelijk onderzoek zijn verricht, hebben de veronderstelling niet bevestigd.

PATHOGENESE.

Een der feiten uit de pyelitispathologie heeft langen tijd grooten invloed gehad op de verklaring van het ontstaan der ziekte: het zoo veel vaker voorkomen bij meisjes dan bij jongens (3 tegen 1). De invloed van dit feit schijnt onverdiend groot. Want men heeft daaruit afgeleid, dat meestal de coli-pyelitis veroorzaakt zou worden door infectie langs de urethra, die immers bij meisjes zooveel korter is, en zooveel gemakkelijker gepasseerd werd. Maar behalve dit feit, dat inderdaad door elke andere theorie moeilijker, verklaard kan worden, is er geen enkele steun voor deze opvatting aan te brengen. Niet, dat ontkend kan worden, dat op. deze wijze af en toe een cystitis en misschien zelfs van daaruit, een pyelitis kan ontstaan, maar de groote meerderheid der pyelitiden heeft een andere wijze van ontstaan.

Er is alle reden om aan te nemen, dat het de bloedbaan is '), waarlangs de microörganismen het nierbekken bereiken, en dat dus de ziekte begint met een aïgemeene infectie met colibacillen, die — men moet het wel aannemen — de gelegenheid weten te vinden om de tegenstand van de darm te breken en in het bloed terechtkomen. Hiervoor is aan te voeren, dat men een enkele maal de gelegenheid heeft kinderen te zien, die ziek zijn met koorts en waarbij de pyelitis-symptomen een of meer dagen na het begin der aïgemeene verschijnselen optreden. Bovendien kan men af en toe bij kinderen andere localisaties van den colibacil zien tijdens een colipyelitis, en heeft men dikwijls de colibacillen in de circulatie aangetoond, indien men van het begin de pyelitis hierop onderzocht.

*) Smith, Pyelitis of infancy, American Journal diseasea of cliildren, 1916. II, p. 255.

10

Sluiten