Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze pathogenese is geheel en al in overeenstemming met hetgeen dierexperimenten ons leeren, dat in het bloed ingebrachte bacteriën op de slijmvliezen van darmkanaal, galblaas en levercapillairen, pyelum en nierbuisjes worden afgescheiden.

Als andere mogelijkheid van het ontstaan van een pyelitis moet nog genoemd worden de lymphogene weg. Men neemt wel aan, dat rechtstreeks van uit den darm langs lymphbanen de colibacillen kunnen terecht komen in het nierbekken. Maar de feiten, die deze opvatting steunen, zijn niet voldoende gestaafd.

DIAGNOSE.

De herkenning van een pyelitis is in den regel zeer eenvoudig. Toch wordt de ziekte nog herhaaldelijk miskend, omdat de eenige methode om ze te herkennen veelal is het urine-onderzoek. Men moet daarom tot gewoonte aannemen om bij elk kind, dat koorts heeft en waarvoor geen andere oorzaak is te vinden, de urine mikroskopisch te onderzoeken. Omgekeerd wordt ook wel al te spoedig deze diagnose van een pyelitis gesteld, doordat men enkele leucocyten in de gecentrifugeerde urine vindt en hieruit ten onrechte iets afleidt, dat pathologisch is.

Wanneer men bij een kind, dat acuut ziek is en koorts heeft in de urine veel leucocyten vindt, dan zal men in de overgroote meerderheid der gevallen te doen hebben met een pyelitis door colibacillen veroorzaakt. Men ziet deze bacillen tusschen de etterlichaampjes in het ongekleurde praeparaat van de versche urine (zie fig. 74), en kan ze nog duidelijker te zien krijgen als men het gedroogde praeparaat van het sediment met toluïdineblauw kleurt (zie fig. 75). Dat het werkelijk colibacillen zijn, is slechts door bacteriologisch onderzoek met zekerheid uit te maken. Bij uitzondering vindt men bij pyelitis ook wel andere microben (staphylococcen, streptococcen).

Het is dus een uitzondering, dat men in deze gevallen de pyelitis kan verwarren met een andere aandoening, en dit komt dan slechts voor, als men te doen heeft met een combinatie van een colipyelitis en andere nieraandoeningen; zoowel bij de niertuberculose als bij de niersteen kan een coli-infectie van het nierbekken als complicatie optreden. Dan is nauwkeurig onderzoek noodzakelijk om deze aandoeningen naast de pyelitis te vinden. (Men zie niertuberculose en niersteenen).

Wanneer men in de urine wel veel etterlichaampjes, maar geen coliforme bacillen vindt, dan kan men te doen hebben met tuberculose van de nier, die op de bovenbeschreven wijze herkend wordt. Overigens is het noodig te wijzen op de mogelijkheid, dat

Sluiten