Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kweekt uit de urine, die men met een catheter steriel heeft afgetapt, de colibacil *) of zendt de urine naar een laboratorium. Yan de reincultuur, die gedurende 24 uur op agar gegroeid is, schudt men het oppervlak af met ea. 10 cM3. yan een 1 »/0 keukenzoutoplossing, giet de troebele vloeistof in een steriel centrifugeerbuisjo, draait met geringe snelheid de onzuiverheden en grootere brokjes uit, en pipetteert van de overblijvende vloeistof 9 c.M3 in een steriele buis, waarin men 1 c.M3. 5 »/() carboloplossing heeft gedaan. Nu wordt het vaccin in een waterbad van 56 0 C. gedurende een half uur gezet en nadat het 24 uur bij laboratorium-temperatuur heeft gestaan, worden eenige druppels op een agarbuisje of bouillonbuisje geënt om te controleeren, dat alle colibacillen dood zijn. Is dit het geval, dan is het vaccin voor gebruik gereed, maar moet nog geteld worden, hoeveel microben er aanwezig zijn per c.M3. Dit geschiedt in een telkamer volgens Tiioma Scott, die m.M. diep is. Men neemt een kleine hoeveelheid vaccin en evenveel kleurstof van HenDERsoN-SMiTn, doet een druppeltje van het mengsel in de telkamer en telt in een 40-tal hokjes de bacteries, die donkerrood op lichtrose fond heel goed te zien zijn. Een eenvoudige berekening geeft dan het aantal bacillen per cM3. liet is meestal het gemakkelijkst, als het vaccin 500 of 1000 millioen bacillen per cM3. bevat, omdat de dosis, waarmee men begint meestal 50 millioen bedraagt, terwijl men geleidelijk opklimt tot een hoeveelheid van 250 millioen. De inspuitingen geschieden subcutaan na de desinfectie van de huid mot joodtinctuur. Er ontstaat op de plaats van injectie, als reactie op de inspuiting, soms een ietwat pijnlijke zwelling, die rood is gekleurd en spoedig weer verdwijn t, en het kind reageert vaak ook met eenige temperatuursverhooging. Men laat zich door de ernst van de locale en algemeene reactie leiden bij de keuzo van de dosis bacillen, die men de volgende keer inspuit, en van het interval dat men tusschen twee injecties laat verloopen. Men zal langer met de inspuiting wachten en de dosis voor de volgende injectie niet verhoogen of zelfs kleiner kiezen, wanneer deze reacties vrij heftig zijn geweest.

In heel enkele gevallen heb ik succes gezien van blaasspoelingen met nitras argenticus tot hij patiënten, die toch

hoogstwaarschijnlijk een pyelitis hadden en geen cystitis. Wanneer het meisjes betreft, die oud genoeg zijn om de ureteren te sondeeren, kan men in hardnekkige gevallen het nierbekken laten spoelen met nitras argenti of met collargol.

') Gorter en de Graaff. Klinische Diagnostiek, 2e druk. 2) Over de vulvovaginitis. Zie deel I. Gonococcie blz. 78.

Sluiten