Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men, dat het in den darm gevormde urobiline, waarvan steeds een groot gedeelte weer naar de lever teruggaat langs de bloedbaan, daar door de zieke levercellen minder goed wordt tegengehouden, zoodat er meer in de groote circulatie en meer in de urine terecht komt.

De urobilinurie zou dan op dezelfde manier ontstaan als de pathologische alimentaire melliturie, die bij insufficiënte levercelfunctie voorkomt. Terwijl een gezond kind van 6 jaar na het gebruik van 75 gram glucose of laevulose geen glucosurie of laevulosurie krijgt, zal het wel suiker uitscheiden, als de levercel onvoldoende in staat is de suiker vast te houden en om te zetten in glycogeen.

Op dezelfde wijze ontstaat ook een onvoldoende uitscheiding van glucuronzuur met de urine na het gebruik van kamfer, dat door Roger is gebruikt als maat voor een levercel-functiestoring.

Een der belangrijkste leverfuncties is de vorming van ureum uit aminozuren. Wanneer er levercelinsufficiëntie is, dan zal men ook een storing van deze functie kunnen vinden, zoodat in de urine een grooter deel van de uitgescheiden stikstof als aminozuren en ammoniak, en een kleiner dan normaal is, (87 % van de totale N als ureumstikstof) in den vorm van ureum voor den dag komt.

Hierdoor is de coëfficiënt 1'r®urt\ kle;n>

totaal JSI

Voor de kliniek geeft het onderzoek van deze stikstofverdeeling in de urine slechts in ernstige gevallen positieve uitkomsten. Meer waarde schijnt men te moeten toekennen aan het onderzoek van het bloedserum op ureum en aminozuren, waarbij dan ook in gevallen van niet zoo ver gevorderde leverinsufficiëntie een vermeerdering van de aminozuren ten koste van het ureum gevonden wordt (Bkodin).

Het schijnt, dat men ook de purpura, die bij leverziekten dikwijls wordt waargenomen als gevolg van een levercelinsufficiëntie mag beschrijven. Afgezien van de mogelijkheid, die alleen bij zeer acute toxische leverdestructie bestaat, dat deze bloedingen ontstaan, doordat er plotseling lipoïden uit de lever in de circulatie komen, kan men het optreden van een neiging tot bloedingen bij leverziekten daarom zoo goed begrijpen, omdat volgens de heerschende opvattingen (Nolf) de lever het orgaan is, waarin de stoffen, die aan de stolling van het bloed bijdragen, ontstaan. Nolf neemt deze vorming door de lever aan voor fibrinogeen, thrombogeen en voor antithrombolysinen. (zie bloedziekten).

Sluiten