Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaak is ook de milt vergroot. Hierbij komt af en toe icterus voor, terwijl ascites zeer zeldzaam is.

Eet syphilitische virus is bij deze congenitale syphilis der pasgeborenen door de v. portae in de lever doorgedrongen, hetgeen verklaart waarom de afwijkingen meestal de gelieele lever betreffen. Men vindt de spirochaeten in zeer groote getale in het zieke orgaan.

Bij oudere kinderen kan men soms op den leeftijd van 8 jaar en ouder een vergrooting van lever en milt zien ontstaan, waarbij meestal duidelijk onregelmatigheden en oneffenheden te voelen zijn aan de rand en aan het oppervlak. Milt en lever voelen bard aan. Hierbij is een icterus uitzondering en komt veel vaker een ascites voor. Ten slotte treedt vaak amyloïde degeneratie op en geeft de levercel zijn functie op. Hierbij komen kleinere en grootere gummata in de lever voor. In den regel bestaan bij deze laatste vorm van leversyphilis geen duidelijke verschijnselen van syphilis op andere plaatsen van het lichaam, terwijl daarentegen bij de syphilitische levercirrhose der neonati bijna altijd andere specifieke afwijkingen bestaan. Men vindt zeer vaak purpura, waartoe de leveraandoening misschien praedisponeert, en allerlei afwijkingen van huid en slijmvliezen, die op syphilis berusten.

Indien deze leversyphilis monosymptomatisch verloopt — zooals dus ook bij zuigelingen schijnt voor te komen — dan kan de diagnose eenigszins moeilijk zijn. Het onregelmatig oneffen óppervlak zal onmiddellijk op de goede gedachte brengen en nader onderzoek zal meestal de diagnose vergemakkelijken. De prognose van de leversyphilis bij zuigelingen is vrij slecht, doordat deze localisatie voornamelijk bij maligne vormen der infectie voorkomt. Beter is de genezingskans bij de monosymptomatische vormen wanneer de specifieke therapie intensief en vroegtijdig kan worden toegepast.

LOCALE AFWIJKINGEN VAN DE LEVER.

Volledigheidshalve moeten in dit hoofdstuk nog kort besproken worden de echinococcus van de lever, het leverabsces, het levergumma en de nieuwvormingen van de lever. Allen gemeen is dat er een plaatselijke afwijking van de lever bestaat, waarvan het gevolg is, dat er geen leverinsufficiëntie bij voorkomt. Hierdoor onderscheiden ze zich van de diffuse aandoeningen. Door hun toevallige localisatie kunnen deze locale ziekten af en toe wel een poortaderstuwing of een galstuwing ten gevolge hebben, maar dit is uit den aard der zaak een uitzondering.

De aandacht wordt meestal bij deze locale leveraandoeningen

Sluiten