Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en verrast werd door een aanval van kramp in de hand die optrad^ nadat hij de arm had omsnoerd. De beste wijze om het verschijnsel na te gaan is, dat men een zwachtel stijf om de bovenarm windt. Na eenige minuten wordt de duim in de hand gedraaid, worden de vingers in de metacarpophalangeaalgewrichten gebogen, en naar elkaar toe gedraaid, waarbij ze ulnairwaarts plegen af te wijken. Ook de hand wordt sterk gebogen gehouden Iracht men de vingers uit elkaar te trekken dan gelukt dit niet zonder kracht te zetten. Bij sterke overprikkelbaarheid ziet men een kramp optreden in de vingers van beide handen als men een arm omsnoerd heeft.

Het verschijnsel der electrische overprikkelbaarheid der periphere zenuwen vereischt eenige meerdere uitleg.

Men gaat daarbij als volgt te werk. Op de borst of de buik van het kind plaatst men de indifferente groote platte electrode, terwijl de prikkelende electrode, die rond en vlak moet zijn en'. een oppervlakte van 3 c.M2. (Stintzing's electroden) moet hebben op de zenuw wordt gezet. Beide electroden worden in warme zoutoplossing telkens flink nat gemaakt. Als electrizeertoestel kan men nog het best gebruik maken van een gewoon galvanizeertoestel, bestaande uit een aantal elementen. Van de pantostaten o multostaten is het nadeel, dat de galvanische stroom bij de hoogere stroomsterkte niet constant is. Als zenuw, die voor het onderzoek geschikt is, kan men kiezen den N. peroneus achter het capitulum fibulae. Hier plaatst men bij het begin van het onderzoek de kleine electrode, die men allereerst aan de kathode heeft verbonden. Nu sluit men telkens de stroom en gaat na bij welke stroomsterkte voor het eerst eenige contractie te zien is dus beginnende met zeer zwakke stroomsterkte. Zoodra men een' contractie gezien heeft, zoekt men het juiste plekje op, van waaruit de contractie het gemakkelijkst is te verkrijgen en nu schakelt men iets meer weerstand in en bepaalt de stroomsterkte, waarbij juist nog een minimale spiercontractie optreedt. Om deze waar te nemen is het aan te bevelen, dat men nauwkeurig naar de regio retromalleolaris aan de buitenkant van de voet kijkt en dat men zich overtuigt, dat het kind de voet niet gespannen houdt.

Is aldus de kathodesluitingscontractie bepaald (K S C), dan schakelt men de stroom om, zoodat men de anode aan de'prikkelende electrode, die op de zenuw staat, verbonden heeft.

Op dezelfde manier als voor de K S C beschreven is, wordt nu de minimale stroomsterkte gezocht waarbij anodesluitings- en -openingscontracties optreden, om ten slotte weer de stroom om

Sluiten