Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIAGNOSE.

Bij zuigelingen en jonge kinderen komt een melliturie vrij dik. wijls voor, zoodat men in elk geval van positieve suikerreactie zich nauwkeurig moet afvragen, of er een diabetes mellitus bestaat, ja dan neen.

In het algemeen zal de hoeveelheid suiker, die men bij diabetes bij kinderen, zoolang geen bepaald diëet gevolgd is, in de urine vindt, grooter zijn dan van elke andere melliturie. Bovendien vindt men voor deze melliturieën meestal een oorzaak. Deze melliturie kan het gevolg zijn van het eten van groote hoeveelheden suiker en verdient dan de naam van alimentaire melliturie. Onder invloed van allerlei omstandigheden treedt deze alimentaire melliturie gemakkelijker, dus bij kleinere hoeveelheden suiker, op. Men ziet dit bij leverziekten in gevallen, waarin de lever in het vermogen om glycogeen te vormen is achteruit gegaan, en ook bij hyperfunctie van hypophysis, bijnier en thyreoïdea, evenals bij insufficiënte werking van het pancreas. Bovendien komt bij kinderen met een voedingsstoring, bij een dyspepsie of heftiger acute storing herhaaldelijk een alimentarie melliturie voor, die wordt toegeschreven aan een abnormale doorlaatbaarheid van den darm, indien het een suikersoort zooals lactose1) of saccharose betreft, die in het lichaam buiten den darm niet gesplitst kan worden, maar die op onvoldoende verbranding van de suiker wordt geschoven, als er glucose of een andere hexose in de urine voor den dag komt.

Bovendien komen glucosurieën af en toe voor bij hersenaandoeningen, die het centrum van de „piqüre" van Claude Bernakd op den bodem van de vierde ventrikel prikkelen.

Men moet ook een diabetes weten te onderscheiden van gevallen, waarbij in de urine stoffen worden gevonden, die reacties geven, die op suikerreacties gelijken.

Hiertoe behooren allereerst de pentosurieën, die een enkele maal zouden voorkomen als alimentarie pentosurie, dus door het gebruik van pentoserijk voedsel.

Maar meestal zal een pentosurie familiair zijn, en dan vanaf de geboorte het geheele leven lang als afwijking zonder eenige beteekenis blijven voortbestaan. Men moet bij het positief uitvallen van een reductieproef met de urine (Tbommeb, of Nijlander) aan deze mogelijkheid denken en dan de orcine-reactie, die voor pentosen specifiek is, uitvoeren. De hoeveelheid pentose, die men vindt bij deze patiënten, is vrij gering.

') Men kan beide suikersoorten onderscheiden door de verschillende vorm der osazonkristallen. Zie fig. 90.

Sluiten