Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trauma opgetreden. ') Men verwarre deze niet met echinococcusblazen, die ook kunnen voorkomen.

, De therapie is zuiger chirurgisch.

\

THYMUS.

Het is wel verwonderlijk, dat er van de functie van de thymus en van de ziekten van de thymus bij kinderen minder bekend is dan van de andere klieren met interne secretie.

Evenals bij de hypophysis cerebri is een groot aantal der verschijnselen, die de thymusziekten geven afhankelijk van de plaats, waar het orgaan ligt en berusten deze dan op compressie van organen in de omgeving van de vergroote thymusklier. Ik verwijs voor de beschrijving van deze compressie-symptomen, waarvan de gevolgen van het dichtdrukken van de trachea de voornaamste zijn. naar de ziekten van het mediastinum.

Hier interesseert ons voornamelijk de vraag, welke de symptomen zijn, die bij kinderen worden waargenomen als het gevolg van een gestoorde functie van de thymus.

Men weet wel, dat een geheel verlies van de thymus op zeer jeugdigen leeftijd tengevolge heeft, dat het kind (of het proefdier) idioot wordt. Er bestaat dus een idiotia thymipriva, evenzoogoed als er een idiotia thyreopriva voorkomt. Bij deze afwijking zijn de kinderen pasteus en dik, en is het beenstelsel zeer sterk veranderd, bestaat er een atrophie der beenderen naast teekenen van rachitis, terwijl de psychische ontwikkeling duidelijk ten achter blijft. Scherp is het ziektebeeld nog niet beschreven, ook het aantal door autopsie gecontroleerde gevallen is klein.

Wanneer men nauwkeuriger wil weten, wat de gevolgen van een thymus-insufficiöntie zijn, moet men zijn toevlucht nemen tot de studie van dierproeven. Deze zijn verricht o. a. door Basch, Matti, Klose en Vogt2). Zij hebben alle aangetoond, dat na exstirpatie van de thymus verschillende afwijkingen ontstonden. Allereerst belangrijke afwijkingen in het beenstelsel. Dit werd weeker en dunner, en vertoonde zelfs vaak afwijkingen, die moeilijk van rachitis zouden zijn te onderscheiden en door sommige daarmee geïdentificeerd zijn. Deze afwijkingen gaan na eenige maanden spontaan terug. Bovendien vond men, dat de dieren kleiner bleven, vaak een zekere adipositas gingen vertoonen en psychisch minder levendig waren dan voor de operatie.

x) J. van der Hoeven. Ned. Vei', v. Paed. Rotterd. 1918. Zie Ned. T. v. Genk. 2) "Klose, Chirurgie der Thymusdrüse 1912.

Sluiten